|
Jan van Eden
bio - biography
1996 Poesia & relaciones
intimos
En Holandes
LEER PRIMERO
Reflexión
sobre un periodo de crisis en mi relación con Pepa.
A partir de 1992 se desarrolló una historia de amor con Lesley Deacon, una
sudafricana, casada con un geólogo holandés Jan Grootenboer, a quien
conocíamos desde principios de los años 80 en Arabia Saudita. Allí también
tuvo una hija, Natalie Grootenboer, una niña encantadora a quien cuidamos
con gran confianza durante su juventud. De regreso a Holanda, Lesley y Jan
Grootenboer se separaron y Pepa y yo nos involucramos más en asuntos
prácticos de la vida de Lesley. Por ejemplo, le ayudamos financieramente a
montar una agencia de traducción en Róterdam.
Con nuestros frecuentes períodos de convivencia tanto en los Países Bajos
como en Sabayes, surgió una relación entre Lesley y yo en la década de 1990,
en la que me refiero a una crisis personal de la mediana edad. Pepa empezó a
oponerse a nuestra estrecha relación y mantuvo correspondencia con su
círculo de amigos sobre la situación. Una correspondencia que encontré
después de su prematura muerte.
En 1995 le pidieron a Pepa que supervisara el traslado de la oficina
financiera de SEAT de Ámsterdam a Barcelona y en ese año yo vivía en Sabayes
y me separaba de mi querida Lesley. Este año pasó por una hospitalización
donde recibió apoyo de un amigo y también decidió terminar nuestra relación.
En su ausencia y al regresar de Sabayes a Amsterdam, procesé mis deseos de
amor por ella en poesía.
Mi idea de que podría soportar dos amores resultó ser un error de cálculo. Y
la realidad es que Lesley rompió nuestra relación por respeto y amor a su
amiga Pepa.
Después de 1997, Pepa y yo volvimos a depender completamente la uno de la
otra y mi amor por Pepa crecía día a día. Lesley envió una hermosa carta
tras la muerte de Pepa en 2015, pero nunca más la volví a ver.
Con Lesley fue un amor sensual que considero universal e inspirado en una
perfecta fusión física con una mujer que se parece a tu propia madre. Mi
primer amor secreto, Catharina Vinkes, 1959
todavía en Rijks HBS, también era una belleza blanca y rubia según la tradición
holandesa.
Pepa y yo tuvimos una relación puramente humana y única donde nuestras ideas
coincidían a la perfección. Nos unieron circunstancias muy excepcionales, yo
como niño de guerra con una actitud radicalmente independiente y Pepa con
sus primeros siete años de vida
en Melilla en una familia por parte materna y una historia de refugiados
políticos.
P.S. Una vez de regreso en Aragón, Pepa se identificó plenamente con la
familia de su padre y su pueblo de Sabayes. Cuando nos invitaron los amigos,
Pepa siempre me dijo: “Y no menciones Melilla”.
Gedichten 1996-1997 - Jan van Eden
Lichaam 2
Te laat … 3 en 4
Cutting edge
of time 5
Don’t call me
names 6
Lamentatie 7
Verlangen 8
To Lesley my
Belphoebe 9
Lichaam
stel je voor dat
je lichaam nergens toe diende
dan om op te staan
de spieren te strekken
en aan het werk te gaan
stel je voor dat
je lichaam nergens toe diende
dan om het hoofd te steunen
puur fysiek de gedachten te dragen
waarop het voortbestaan kan leunen
stel je voor dat
je lichaam nergens toe diende
dan om een klok te zijn
tikkend naar de ouderdom
tot aan het einde van de levenslijn
ik weet
waar je lichaam toe diende
hoe het nieuw leven zocht
daarbij bloeide en verwelkte
eventjes de dood werd afgekocht
ik weet
waar je lichaam toe zal dienen
ik die binnenin je woon
samen een uitdijend universum
vereenzelvigd met je diepste droom
ik weet
wie je lichaam zal beminnen
zoals de aarde rond de zon
in schijnbaar toeval aangetrokken
toch afgestoten voelen kon
I know
all but a
figment of imagination
prepare
yourself to be my bride
where
fantasies are given birth
and death is
truly set aside
aan Lesley, 29.10.96
Het is nu te laat … [Lesley, 10 nov. 1996]
Te laat ...
te laat voor onbezonnen daden zal je bedoelen
want om de liefde vast te klinken
tussen een keukenblad en een ledikant
is het nooit te laat
maar hoe ver kom je daarmee
hoe wordt zo het gevoel van lente
verstrengeld met dat van de zomer
waarop de herfst en de winter volgen
tot het gemeengoed en de sleur
van het bestaan zich zouden ontfermen
over onze gevoelens
waaruit nu nog poëzie opwelt
als vreugde tranen in diepe emoties
ook is het niet te laat
om elkaar te beminnen
want iedere dag schijn je mooier
in mijn van leeftijd vermoeide ogen
iedere dag is je albasten huid fijner geplooid
rond de welvingen van je jukbeenderen
en de holtes van je gezicht
en iedere dag is de structuur van je ware gelaat
beter te onderscheiden
zolang ik weet van je liefde voor mij
en ik zozeer naar jou verlang
heeft de schaduw van de dood geen vat
en is het niet te laat
laat de melancholie je niet vermurwen
en het dagelijks bestaan je niet onteren
want bedenk hoe weinigen op aarde
ontmoeten hun wederhelft
-
die ieder heeft onder de 6 miljard
die we samen zijn -
de kansen zijn beangstigend
sinds jij er bent
minder ik geen dagen op mijn leven
maar rijg ik verlangens aaneen
tot een snoer van parelmoeren herinneringen
elke maand die nu verstrijkt is er één méér
en niet één minder
hoezo te laat
te laat voor onbezonnen daden zal je bedoelen
want de liefde heeft ons mild gestemd
en geeft ons een melancholieke berusting
waarzonder het leven luidruchtig onvervuld zou blijven
het is niet te laat
om me in je armen te sluiten
zolang mijn lichaam warm is
van verlangen naar jou
11 nov. 1996
geamendeerd 24 nov. 1996
Cutting edge of time
To be
realistic
and without
mixing words
time is a
knife
cutting on two
sides
your sigh of
slight despair
it is too late
now
comes from a
feeling
of having let
time go by
a feeling of
lost opportunities
by taking no
decisions
well, who
knows?
The other side
is
that time has
gone by
and that my
love for you
could only
grow
ups and downs
have not
really affected
our feelings
if we have
survived
stormy weather
and neglect
are we not
more likely
to float
together
on calmer seas
that lie ahead
and if we have
travelled that far
the way back
is more impossibly long
predestination
will take its course
It is too late
now
we have lost
our ways
in the
labyrinth
of our
entangled hearts
but no doubt
it is only you
and me
searching for
ourselves
at the cutting
edge of time
to Lesley, 12 November 96
Don't call me
names
what words could hurt me
more?
that called me just a friend
are you not part of mine?
more equal than myself
I should have shorn you bold
and put you on the pillory
there would you learn
of sex and so called friends
I'll make them fuck in turn
friends you are talking of
you please the world and
loose yourself
don't think of me a friend
don't get me wrong
I'll hurt you and myself
no difference it makes
the same we are, this lonely
night
call me no names
whatever friends may be
they are but good, so nice or
close
while I am only yours
Lamentatie
De enige lamentatie
die over mijn lippen komt
is geen dichter te zijn
want niet genoeg woorden te vinden
is als een mes in mijn verliefde hart
een dichter zou
haar perkamenten huid beschrijven
met woorden die uit de hemel vallen
haar lokken ontraadselen
met steeds nieuwe verzinsels
haar zo uitzinnig behagen
dat zij niet wist
dat zij een ander was
gedachten zouden komen als
bloemblaadjes op een lentebeek
vol leven en begeerte
woorden zouden elke welving benoemen
van haar lichaam in de zomerzon
loom uitgestrekt vooroverliggend
herfst zou mijn beloftes schakeren
tezamen een mantel van geborgenheid
hooghartige schouders die het wel behoeven
en wanneer de rijp op wintertakken
wedijvert met haar blanke huid
zou ik weten dat haar stilte
mij omvat als een vanzelfsprekendheid
zo zouden onze gevoelens
zij aan zij kunnen gaan door de getijden
jaren die ons leven vervullen
maar helaas
ik moet leren erkennen
geen dichter te zijn
aan Lesley, 18 november 1996
2de versie
Verlangen
De trein wist dat ik haast had
Stopte niet bij stations
Waarvan hij vermoedde
Dat jij daar niet was
De trein wist dat ik verlangde
Naar mijn geliefde
De stalen wielen zochten voorzichtig
Hun weg door de vele wissels
Hollands landschap
Mist aan de einder
Rechte sloten
Datum: voorjaar 1997
To Lesley, my Belphoebe
Lord, I the
man whose muse was silent caught
So many months
of abstinence
Now that she
spoke and opened up the well
Lessening the
thirst in her benevolence
I will be working like her slave
To shape and
make the canvas of my thought
Not will I
rest until she calls me in her fertile cave
To nourish me
on her firm breast from unknown depths of heart
To give me
warmth or lash me with her grief
Always in fear
that she might turn me down
Severe the
bonds that keep a breath my soul
Rather the
victim of my grand Amazon
Torn behind
her fleeing unicorn
She is my
vamp, my sphinx, Belphoebe and much more
Not without
stormy tempest is my muse
But do I make
a choice
Her gram or
love are equal sides
The other
being death

Lesley Deacon, 1990, pastel on paper, 75x55 cm
Reference: 904308

Lesley Deacon, 1991, photoprint, aquarel and ink, 65x50 cm
Reference: 915015 En
Holandes |