|
Jan van Eden
bio - biography Beroepskeuzeadvies
Nederlandse
Stichting voor Psychotechniek
Wittevrouwenkade 6, Utrecht
AD/LS
– G 2501 a = F 12458
16 september 1959
Niet bestemd voor solicitatie.
De Weledelgeleerde Heer
Drs. C. van Eden
Hofstede de Grootkade 33,
Groningen
Psychologisch onderzoek betreffende uw zoon
Jan Gerrit van Eden, geboren 16 maart 1942 te Voorburg. Onderzocht 27
augustus 1959 te Utrecht met het oog op de studie- en beroepskeuze.
Afschrift van het formele verslag images beneden op deze pagina en in apart
PDF
bestand bewaard. Hieronder het verslag van mijn vader van een gesprek
met de psycholoog.
Bespreking met Dr. M.C.Slotemaker de
Bruine te Utrecht op 9 november '59
Hem uiteengezet, dat mijn bezoek nu eer de
behoefte aan motivering en uitwerking van het advies, speciaal voor wat
betreft de geologie betreft dan de handhaving van mijn morele claim tot
restitutie van een deel van de kostprijs. Hem gezegd, dat de
motivering van het advies zeer teleurstelde, ook het feit, dat aan andere
vakken zoals de economische en sociale wetenschappen blijkbaar in het geheel
geen aandacht werd gegeven. Ook ontging de onderzoekers waarschijnlijk de
visuele inslag van de proef persoon en zijn belangstelling voor beeldende
kunst, waarover hij tot een gefundeerd oordeel komt. Is het voorts wel zo,
dat hij, zoals het rapport stelt, zo'n behoefte heeft aan een
referentiekader?
De
heer SL. antwoordt, dat een team onder zijn persoonlijke leiding bijzondere
aandacht gaf .aan dit onderzoek. Hij gelooft dat dit gesprek daarom nuttig
on verhelderend zal zijn. Hij geeft toe, dat degene die het rapport
schreef, een wel zeer grote soberheid betrachtte.
Hij stelt voorop, dat een
academische studie binnen het bereik van betrokkene ligt: het I.Q. Is langs
verschillende wegen benadert en beweegt zich tussen 117 en 132 wat voor een
academische studie niet bijzonder hoog is, het is daarom voorwaarde, dat de
jongen zelf kiest en dat hem geen studie tegen zijn zin word
opgedrongen. Hij kan zich indenken, dat o. a. door in het engere en ruimere
milieu levende opvattingen de in het rapport genoemde niet-academische
beroepen niet aanslaan en dat de jongen persé
academisch zal willen studeren.
Op
grond van psychologische overwegingen worden de sociale wetenschappen, welke
objectief gezien binnen zijn bereik liggen, geëcarteerd.
Dit geschiede na tevens nog eens, de test van de vader nog even te hebben
bezien. De zoon in hoge mate op zaelfstandigheid uit, zal juist omdat de
sociale wetenschappen de specialisatie van de vader uitmaken, hierin
onvoldoende bevrediging vinden.
De economische
wetenschappen werden ter dege onder de loep genomen, maar het in onze tijd
nog vooral abstracte karakter van de economie gold als een groot bezwaar.
Waar zou deze studie bovendien toe leiden? De commerciele aanleg is zwak en
een richting als accountancy zou deze manlijke figuur maar weinig passen.
Medicijen zal levenslang de moeilijkheid geven dat betrokkene tegenover de
mens steeds te “bewogen” zal staan. Dit is geen voorbijgaande houding.
Opervlakkig gezien onbewogen stookt het innerlijk behoorlijk in hem.
Innerlijk weigert hij van de mens afstand te nemen hem slecht s te zien in
een fungerend geheel in de samenleving. De medische studie is er juist op
uit , om deze situatie te bewerkstelligen.
Hij
heeft behoefte aan menselijk contact, contact met een grote of een kleinere
kring, maar laat dit dan, gegeven zijn innerlijke bewogenheid, min of meer
formeel en zakelijk zijn en werken via intermedia zoals bijvoorbeeld de
aardkorst welke hij koeler kan benaderen met zijn opvallend praktische,
indringende en nuchtere realiteitszin en zijn zelfstandig oordeel.
Ten onrechte wordt gemeend, dat een menselijk kader nodig
werd geacht, waarop hij zou moeten kunnen terugvallen om advies en
medeoordeel. Neen, hij laat zich juist niet graag in de kaart kijken, maar
bedoeld werd een geëncadreerd beroep i.t.t. een
geheel vrij beroep. In het beroep zelve moet een duidclijk doel gesteld
worden en hierop moet hij dan zelfstandig
zonder veel inmenging kunnen aanwerken. Als geoloog zal hij gerust voor een
omvattend onderzoek kunnen worden uitgezonden, hij zou tegenover
zijn medewerkers een natuurlijk
gezag hebban, hij zou hun de vereiste leiding geven en zou er op uit gaan na
zijn werkplan zorgvuldig te hebben voorbereid, maar voorwaarde is: hij moet
zoals in dit voorbeeld een doel voor ogen hebben. Hij heeft niet het
vermogen om iets te scheppendat er niet is, hij is dus niet in de wieg
gelegd voor artist, scheppend kunstenaar, architect o.i.d., zijn muzikale
aanleg is ook zonder meer zwak. Ook zuiver wetenschappelijk werk, of
research om ter wille van de wetenschap alleen, ligt hem niet. Voorts is
opvallend dat zijn belangstelling zich moeilijk
laat prikkelen, deze komt pas in tweede instantie,
in eerste instantie komt bij de oordeelsvorming de nuchtere en
inderdaad wel houtsnijdenge critiek.
Paren
wij nu een en ander aan zijn zelfstandigheid en aan de physieke en mentale
geschiktheid voor fieldwork , dan sturen wij aan op bosbouw of geologie .
Wij weten weliswaar dat er geologen te veel zijn en dat
hoogleraren ons vragen, vooral niet lichtvaardig iemand deze weg te wijzen.
Maar de goede geoloog komt er, bij de B.P.M., bij de mijnbouw, om te
beginnen in het fieldwork en later in de staffuncties. En zou hij er tegen
onze verpachting in, niet komen dan
is het voor een jongeman als uw zoon beslist geen ramp, als hij in het
leraarschap terechtkomt. Het zou wat cru zijn hem doelbewust in
deze richting te sturen, omdat
hij juist het leraarschap niet wenst, maar de kwaliteit ervoor bezit hij
wel. Ook hier weer de elementen gezag, overwicht en menselijk contact. In
zijn padvinders activiteiten, ook al zien wij van onze stichting uit het
liefst een jeugdliefde blijven, komen zij ook tot uiting.
Kiest
hij geologie, dan zal .hij o.i. het best geologie kunnen studeren aan een
universiteit i.c. te Groningen en na het candidaats te Utrecht, Leiden of
Amsterdam, In Delft treft men een ware horde aan, waar de persoon wcl wat in
het gedrang komt en waar het alles techniek en wiskunde is, wat öe klok
slaat.
Voorts kan uw zoon aan een universiteit
bevrediging vinden van de behoefte aan contact met vakken en studenten van
andere studierichtingen, een behoefte die stellig in hem leeft. En zoals al
gezegd, het fieldwork zal deze jongen liggen. Hij word zonder meer
goedgekeurd voor een leven , dat ontbering met zich brengt, zoals
geologische expertise in bijv. Spanje en Turkije.
Wageningen noemden wij, omdat het zou
aansluiten bij zijn aanleg, niet appeleert aan zaken, waarmee hij van huis
uit vertrouwd is geraakt en uitloopt op een consulentschap o.i.d. Dat weer
gezag vergt en een adviserende inhoud zal krijgen.
Tenslotte vraagt de heer Sl., hem t.z.t. Eens
van de gedane keus en van het verloop mededeling te willen doen.
|