inicio • fundación • actividades • coleccion • exposiciones • biografias • contacto

 

  Jan van Eden

Biography Chronological  

stamboomonderzoek terug tot de 16de eeuw                                           

1942

42_foto_geboorte.jpg (7338 bytes)16th march 1942

Geboren in Voorburg op de 16de maart 1942. De eerste zoon in het huwlijk van de onderwijeres Guurtje Bolding (Wormerveer, 1910-Amersfoort 2009) and the civil servant Cornelis van Eden (Krommenie 1909-Amersfoort 1998). Op 16 Maart gaven De Heer en Mevrouw VAN EDEN-BOLDING met blijdschap kennis van de geboorte van hun eersteling JAN GERRIT, tijdelijk adres: St. Antoniushove, Oosteinde Voorburg. De halve wereld was er zeer van onder de indruk en de ouders werden door velen gefeliciteerd. Mijn grootvader Willem Bolding, woonachtig te Heiloo, werd telefonisch op de hoogte gesteld. Hij zond per ommegaande zijn vrouw Antje Goedhart met felicitaties en een brief. Hij zegt ondermeer "Wanneer jullie het volste vertrouwen in Gods handelingen steld, zal je zeker de kracht gegeven worden om voor de jongstgeborene te waken en te werken; een volle stamhouder van de familie van Eden – Jan Gerrit. Natuurlijk komt er in deze dagen veel financiëele kosten, we hadden gedacht hierin te mogen deelen en sluiten een bedrag aan geld in deze envelop." Grootvader Jan Gerrit van Eden en zijn vrouw Anna Waagmeester stuurden hun felecitaties per Expresse en kwamen nog diezelfde week op bezoek in Voorburg. Er waren felicitaties van de pedagoog Prof. Martien Langeveld met de opmerking dat een geboorte tegelijk afstand doen is en in bezit krijgen en hij schrijft "dat opvoeden een belangeloosheid veronderstelt van een ganse levensphase en dat huwelijk en kinderopvoeding de twee grootste cultuurscheppende machten in de mensenziel zijn."

Er zijn ook brieven met felicitaties die herinneren aan de oorlog: " wij hebben de laatste maanden een zware beproeving te doorstaangehad. Op 26 Januari werd ons aangezegd dat we met drie dagen ons huis uit moesten en de Duitschers er in. [ ] , ons goed verspreid over acht verschillende adressen. Mijn bibliotheek, met zorg gerangschikt en geordend, versplinterd en zoo goed als onbereikbaar voor me. Mijzelf bij zeer lieve menschen onder gekomen."In een andere brief van tante Trein en oom Jan uit Alkmaar stond het volgende met betrekking op de situatie in 1942: " Hoe hebben jullie ‘t wel met de koude gehad, kregen of krijgen jullie nu extra rantsoen brandstoffen en voedselvoorziening. Wij hebben een dag zoo goed als zonder brandstof geweest, maar hebben een bon van de buren Bruin gekregen, waarvan wij reeds ruim een week hebben gebruikt dus is grootendeels reeds verstookt, doch hebben nu nog weer de toezegging van een rantsoen, maar de kolenhandelaar zou daarvan de helft leveren om zijn klanten zooveel mogelijk is te helpen, doch hebben nog niets ontvangen. Onze Burgemeester v. Kinschot is reeds ontslagen en moeten de 400 burgers ‘s nachts 2 uur wacht houden omdat een electriciteitskabel is doorgesneden, waarvoor reeds f 25000—en f 50000—boete is opgelegd en vermoedelijk voor het laatste geval f 100000—zal betaald moeten worden. Dus wij zullen met e.e.a. heel wat moeten offeren." In dezelfde brief belooft tante Trein een jasje en een mutsje te maken voor de kleine en hoopt dat dit de goedkeuring kan wegdragen van de ouders. Van het personeel van het Centraal bureau van de Statistiek waar mijn vader de functie van afdelingschef voor de onderwijs statistiek vervulde was er een zeer gevarieerd bouquet bloemen dat mijn moeder tot aan den laatsten dag van haar verblijf in het ziekenhuis bij zich hield. Mijn vader deelde het personeel mede dat door een gelukkige omstandigheid, mijn moeder op 7 april in de gelegenheid was om het personeel op thee en gebak te onthalen, hij voegde er aan toe dat beschuit met muisjes een onbereikbare tractatie was.

 Tenslotte ontvingen mijn ouders een ‘Herzlichen Gluckwunsch" van de Familie Tekath-Fungerlings uit Oberhausen. Mijn vader had hen leren kennen gedurende zijn werk voor een Nederlands arbeidsbureau aldaar, weinige jaren voor dat de oorlog uitbrak. De envelop was door de censuur van de "Wehrmacht’ geopend en er was een bijlage in beslag genomen. Bovendien zie ik nu dat de postzegel met een beeltenis van Hitler ondersteboven op de envelop geplakt was, zou dat toeval zijn?

 

 

 

 

 

30-7-42.jpg (5857 bytes)30-7-1942

 

Mijzelf in de wieg, kijkend naar een gehaakte met wol of katoen gevulde bal die aan een koortje van de kap naar beneden hangt. Misschien is dit de origine van de balvormige objecten die in de zeventiger jaren in mijn schilderijen verschijnen in een soortgelijk perspectief. Nu ik er op ga letten komen heel veel situaties uit mijn vroegste jeugd onbewust in mijn schilderijen terug. In een brief uit 1944 van mijn moeder aan haar verre familie, die ik kortgeleden in handen kreeg beschrijft ze hoe ik voetenbankjes e.d. opstapelde, zelfs boven op onze liggende Ierse setter, om er vervolgens zelf op te klimmen. Stapelingen in de kunst vind ik emotioneel heel bevredigend en veel van mijn figuren zet ik balancerend op de meest wankele stoelen en barkruks. Ik heb ook geen moeite om betrekkelijk ongeassocieerde voorwerpen in torens op te stapelen.

In een brief van 25 October aan Lena en Jan Goedhart te Wormerveer bedankt mijn moeder voor een zending goudreinetten en gaat dan verder met een kommentaar over mij: "Het wordt anders een echte kwajongen, klauteren dat hij doet, het is gewoon verschrikkelijk. De box is nu weg, hij klom er zo over heen, terwijl z’n voeten nog wel vastgebonden waren. Kees heeft nu in de kamervloer een schroef gedraaid, een touw er aan, en daar staat Hummel [dat ben ik] ‘s morgens aan. Alles uit z’n bereik, behalve de ramen en Boy [de hond]. Hij vermaakt zich best en ik heb tenminste m’n handen vrij. Ik werd er wanhopig van, steeds moest ik hem in de gaten houden, en om verbieden en slaan geeft hij nog niet. Of het door Boy komt, dat hij zo baldadig wordt, ik weet het niet… Boy is wel een trouwe makker voor hem, ze zoeken elkaar altijd en Jan Gerrit kan alles met hem doen. Als Boy in z’n stoel rustig ligt te slapen, zet J.G. een voetenbankje boven op hem en gaat er zelf op staan. Boy geeft een grauw, maar je hoeft nooit bang te zijn dat hij hem bijt." Nu ik dit zo lees herinner ik me een verhaal van mijn moeder dat zij mij eens, bij het binnenkomen van de woonkamer, aan de andere kant van het raam zag staan, d.w.z. op de vensterbank aan de buitenzijde, nu was het niet zo hoog, een eerste verdieping, maar toch! De neiging tot opstapelen is waarschijnlijk een heel universele menselijk eigenschap, maar ik ben me er tenzeerste van bewust en als compositie techniek maak ik er nog dikwijls gebruik van.

 

 

1942-1943 Mijn familie en vooral mijn moeder Guus hadden iets met cijfers en gezien mijn kinderwagen op de foto, doet het me denken aan de werkelijkheid dat het vier keer is gebruikt, exclusief voor baby's geboren op 16 maart. Voor mij en drie jaar later voor mijn zus (we zijn allebei geboren op 16 maart). Een of twee jaar later werd het uitgeleend aan onze huishoudster Miep voor haar op 16 maart geboren baby. Omdat deze goederen in de jaren 50 schaars waren, werd de kinderwagen opgeslagen en toen mijn nichtje Annie haar eerstgeboren zoon kreeg, gebruikte ze dezelfde kinderwagen opnieuw. Piet Glijnis werd geboren op 16 maart 1952.

 

 

 

1942 - 1943  van Duvenvoordelaan 60, Voorburg
De eerste stappen met mijn moeder

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Mijn vader had een dagboek over de jaren 1943-1944 waarin hij reflecteerd over mijn geboorte, de van Eden familie en de perikelen van de oorlog.

 

 

1944

.

In de laatste maanden van 1944 of in het begin van 1945, werd mijn vader op bevel van de Duitsche weermacht opgeroepen om zich te melden voor de arbeidsinzet in Duitsland. Mijn vader weigerde, zoals de meeste mannen in de van Duvenvoordelaan, en op de gewraakte dag stonden er maar een of twee mannen langs de straat om te worden opgehaald. Mijn vader was dus gedwongen om onder te duiken, en er moest wel een schuilplaats worden bedacht. We hadden in Voorburg twee kamers en suite  met daartussen een glas-in-lood schuifdeur met naast de schuifdeur een kast en boven de schuifdeuren was er een ruimte die uitsluitend toegankelijk was vanaf de zijkant in het bovenste  deel van deze kast. Bij eventuele razzias en huisdoorzoekingen haalden ze de planken uit de kast, zodat mijn vader naar boven kon klauteren en zich verstoppen in de loze ruimte boven de schuifdeuren, waarna mijn moeder de planken weer teruglegde. Ondertussen had mijn moeder altijd een bord pap staan om mij het praten onmogelijk te maken, want een driejarige zou natuurlijk de verkeerde dingen kunnen zeggen. Feitelijk is er maar één keer huiszoeking gedaan en dat ze tijd hadden om zich voor te bereiden. Mijn moeder verteld dat er een vriendelijke jonge Duitse soldaat de trap op kwam en met haar een gesprekje had, waarbij mijn moeder uitlegde dat mijn vader in verband met zijn werk op reis was. Ondertussen zat ik vast in de met hindeloops motief geschilderde rode  kinderstoel en voerde ze mij met een lepel pap. De soldaat zag het aan en vroeg mij "schmeckt das gut", waarop ik niet kon antwoorden. De soldaat nam het verhaal van mijn moeder zoals het kwam zonder verder het huis te doorzoeken. Onze buurman lag geschminkt in bed met een dodelijke, besmettelijke ziekte en dat liep dus ook goed af. De soldaten waren ook niet geinteresseerd om het de mensen moeilijk te maken.

 

 

 

Hummel (zo noemde ze mij toen) in zijn met Hindelooper motieven gedecoreerde kinderstoel. Natuurlijk niet gedurende de huiszoeking, maar minstens een jaar eerder.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1945

We leefden oder het schutsveld van de V2’s die op Londen werden afgevuurd, ze vlogen over met een gierend geluid en zolang je dat hoorde was het veilig, maar wee de projectielen waarvan de raketmotor stopte.

Februari 28, de inslag van een V2 raket op 10m voor ons huis veroorzaakte schade aan het ouderlijk huis, maar niemand van de familie is gewond. Schade zoals een diepe kras op een lijst van een grote aquarel van Cees Bolding herinnerde ons voortdurend aan het incident. Het werk in de originele beschadigde lijst hangt in mijn studeerkamer aan de Singel 100. De effecten, met name de verbrijzelde ramen van het huis, maakten een diepe en blijvende indruk op mij. Het veranderde ons huis omdat mijn vader de binnendeuren gebruikte om de kapotte ramen te barricaderen

 

 

Geboorte van mijn zus Beatrijs, op mijn derde verjaardag, 16 maart.

My father keeps a diary of events during my stay with family in Wormerveer, where I was evacuated because of food shortages at home:

Mijn vader schrijft: "Enkele notities voor Jan Gerrit betreffende zijn verblijf bij oom Wijbrand Prins [Wormerveer 1898 - 1968] en tante Aagje Prins-Bolding in den tijd van Beatrijs’ [mijn zuster] geboorte." Ik werd geevacueerd vanwege de voedselschaarste

 

1 Maart: Tante Aagje schrijft, dat oom Wijbrand en Annie [zijn dochter] het voornemen hebben J.G. per fiets te komen halen, daar overbrenging voor den vader zelf i.v.m. zijn leeftijd (jonger dan 40 jaar) te gevaarlijk moet worden geacht. Nog dagelijks zijn er razzia’s voor arbeid in Duitschland. Tante A. schrijft, dat J.G. geen bonnen en geen levensmiddelen behoeft mee te nemen i.v.m. den in de stad heerschenden hongersnood.

 

10 Maart: des avonds laat, d.w.z. tegen 8 uur, komen oom W. en An aan. Zij vreezen eerst, als zij zien hoe alle huizen aan de straat zijn geblindeerd vanwege den bominslag op 28 Februari op 10 meter afstand van ons huis, niemand te zullen aantreffen. De vrees blijkt ongegrond: achter de planken en voor de ramen geplaatste binnendeuren wonen menschen.

J.G. geeft al gauw te kennen, dat hij er niet voor voelt mee te gaan met dien "man" en die "tante"! Als hij hoort, dat er te Wormerveer een poes is, raakt hij al wat met het plan verzoend.

Den volgenden morgen blijkt de poes den doorslag te geven. J.G. wil mee, is zelfs wat bevreesd, dat de man en de tante zullen vertrekken zonder hem. Nadat oom W. en An een kijkje hebben genomen in het den 3en Maart geteisterde Bezuidenhoutkwartier word plm. Half tien de reis aanvaard. J.G. gekleed in een astrakhan jasje dat zijn moeder uit een oude bontjas van haarzelf had gemaakt. Oom W. en An met hun neef begeleid tot in Voorschoten. J.G. houdt zich flink bij het afscheid van mama, tante Til (Zonnevijlle) [onze buurvrouw] en zijn boezemvriend Henk, houdt zich eveneens flink als zijn papa terugkeert. Wel wordt hij vuurrood, maar overigens beheerscht hij zich en gaat het achter op de fiets van oom Wijbrand op naar de Zaan.

 

12 Maart: Annie schrijft, dat zij den vorigen dag te half zes te Wormerveer arriveerden. J.G. vertoont geen symptomen van heimwee. De eerste halte was geweest bij den apotheker Happe te Oegstgeest, waar J.G. een kopje warme melk kreeg. Daarna deden zij te Hillegom een café aan. Verder liepen zij heele stukken, daar het vrij koud was. Van oorlogshandelingen in het geheel geen last ondervonden. Bij het veer te Buitenhuizen moesten zij vrij lang wachten, vooral het roeitochtje, dat er op volgde vond J.G. prachtig. Hij sliep nu tot 8 uur.

 

13 Maart: Aagje schrijft: "J.G. maakt het best. Hij is erg lief, eet en slaapt best. Hoewel de reis des Zondags goed verliep, was J.G. toch koud aangekomen. Hij had tante Aagje wel niet direct herkend, maar was toch gauw met haar thuis. Om 7 uur lag hij al met een warme kruik in bed en had tot 8 uur doorgeslapen. En den volgenden middag maar weer in bed: om 4 uur moest hij gewekt worden, omdat hij uit zichzelf maar niet wakker werd.

Hij speelt met Rie Goedhart en Bets Oly.

15 Maart: Jan Goedhart schrijft: Voorzover wij het hier kunnen nagan maakt J.G. het goed. Rie is nogal eens bij hem en zij kunnen het goed met elkaar vinden.

16 Maart: Oma Bolding schrijft: J.G. maakt het best, zei An, en is erg lief. Hij vindt alles prachtig en is erg blij, als hij wat krijgt. Ik ben erg nieuwgierig naar hem. Als hij wat in Wormerveer gewend is, komt hij eens hier. Voorts wenscht zij geluk met den verjaardag van J.G.

Opa Bolding: Ook van mij van harte gefeliciteerd met den verjaardag van J.G. Je kunt er stellig van overtuigd zijn, dat hij, de jarige, in goede ahanden is en in niets te kort zal komen.

 

24 Maart: Aagje schrijft: J.G. maakt het best. Hij is den heelen dag buiten meestal bij de kinderen van Oly, den boer. Daar is natuurlijk alles even prachtig. Schapen, lammetjes, koeien, hij is nergens bang van. Vanmorgen was hij met paard en kar het land in; dat was fijn natuurlijk. Hij is 3 nachten droog geweest. Ik denk, dat als hij des avonds alleen brood krijgt, het goed gaat. ‘s Nachts neem ik hem niet op. Hij eet best en vind alles lekker. Morgen gaat hij naar oma van Eden. An zal hem ‘s morgens brengen en ‘s avonds weer halen. Op zijn verjaardag zijn oma, opa en tante Diet er geweest, maar hij had niet veel praats tegen hen. Zij waren hem blijkbaar te vreemd. Moeder vroeg, of wij met Paschen kwamen en dan wilden zij J.G. een weekje houden. Bij andere menschen is hij stil. Hij lacht dan maar eens. En als je hem vraagt of hij weer naar Voorburg wil, dan zegt hij "neen, want alle ramen zijn kapot. Als die weer gemaakt zijn, dan ga ik weer weg." Zijn zusje noemt hij "Trijs". Hij denkt, dat zij nu in zijn bedje ligt. Wijbrand voegt er aan toe: Jan Gerrits kuren hebben wij ook al ondervonden. Als hij eenmaal "neen" heeft gezegd, dan is er niet veel meer met hem te beginnen. Afleiden lijkt mij het beste, de laatste dagen gaat het goed.

26 Maart: Oma Bolding: Het plan is, dat An y Wijbrand J.G. met Paschen voor een poosje hier brengen. Ik heb hem nog niet gezien, want zij vonden het beter, dat hij eerst in Wormerveer bleef om te wennen. Hij maakte het best en was erg lief. Zij vinden hem allen een leuk kind en hij ziet er zoo best uit. Het eten wordt een beetje minder, maar niet veel hoor. Ze weten best dat ze een kostganger hebben. Hij zal het bij ons wel erg klein vinden, want groot is het hier vanzelf niet. Maar we zullen hopen, dat we weer spoedig in ons eigen huis zitten.

Opa: J.G. wordt uitstekend verzorgd, daar kan je verzekerd van zijn.

27 Maart: Oom Siem Huig: Jan Gerrit hebben wij op bezoek gehad. Het is een flinke kerel hoor!

27 Maart: Tante Dien: Wij zijn naar J.G. erg nieuwsgierig. Wij hebben al veel over hem gehoord, maar hem nog niet gezien. Het plan is nu, dat hij met Paschen naar Moeder wordt gebracht, en daar dan een weekje blijft. Het ledikantje heb ik vanmorgen bij Spruit te leen gevraagd. Dat kunnen wij gebruiken, dat komt dus mooi voor elkaar. Hij maakt het anders best in Wormerveer, ze hebben niets geen last van hem. Wat een geluk, he, dan kan nij er nog een poosje blijven, totdat jij weer heelemaal op krachten bent.

 

27 Maart: Tante Diet: Zondag is kleine J.G. bij ons te gast geweest. Wat een schattige jongen is dat. ‘t Is net zoo’n zonnetje in huis. ‘n Ondeugend rakkertje hoor. Hij wordt net als zijn vader vroeger. Hij zit vol streken en plagerijen, maar echt leuk. ‘s Morgens heeft hij de konijnen gekeken en achter gevoetbald met opa en oma. ‘s Middags zijn wij naar het Park geweest, een heel stel kinderen mee, zoo leuk. Jan Gerrit zat onder op den wagen [invalidenwagen van mijn tante die sinds haar 16e aan beide benen verlamd was door kinderverlamming] en wou er beslist niet af. Hij zat als een vorst en genoot. Later heeft hij met Sieuwtje gespeeld en toen An Prins hem tegen zessen kwam halen, wilde hij niet weg. Ik heb gevraagd, of zij hem nogeens brengen, want ik vind het eenig zoo’n schat. En voor Pa en Moe, ook zoo aardig eens, hij praat zo leuk, hoewel hij raar kan doen ook, hoor. Hij vond het prachtig om te zeggen; "Ik sla je kop dood" hoe komt hij er aan? Maar als je zei: "Jan Gerrit, kom je nog een dagje?, dan zei hij: "Neen, want morgen ga ik naar mijn pappa". Hij zei: "Vandaag is mijn zusje lief, maar morgen slaat ze je op je kop".

30 Maart: Oma Bolding Wijbrand was hier vanmorgen en zei, dat J.G het goed maakte. Hij was Zondag een dagje naar Krommenie geweest. Maandag was hij erg vermoeid, ’t was zeker nogal druk voor hem geweest. Hij speelt del heelen dag buiten met buurkinderen. Ook met de kinderen van Oly, den boer. Hij had daar een boterham gehad met kaas en een eitje. Dus je ziet, er wordt voor hem gezorgd. Als het mert Paschen goed weer is, komen A. En W met J.G. hierheen en het plan is, dat hij dan blijft. We hebben het ledikantje al klaar staan in onze slaapkamer. Hij komt bij ons en kan dan ook af en toe eens naar Karel toe. Het is zeker wel stil, he, dat hij er niet is. Maar je hebt je handen vol genoeg met de zorg voor de baby. J.G. maakt er niet veel van, hij moet het natuurlijk eerst zien, dan zal hij het wel prachtig vinden.

1 April: Tante Ma Goedhart: Op Wormerveer heb ik jullie Jan Gerrit gezien. Wat een prachtjongen is dat. Hij zag er best uit en was best tevreden bij tante Aagje.

4 April: Ma Prins: We zien Jan Gerrit nogal eens verschijnen. Gister zijn Aagje en Wijbrand met hem naar Heiloo vertrokken. Het is een lieve jongen en hij ziet er best uit hoor.

5 April: Familie Yff, Noordeinde Wormerveer; Ik krijg nogal eens Uw zoon op visite met Aagje. Een lief ventje is dat. Hij is zoo thuis bij tante Aagje alsof hij er hoort en heeft alzoo z’n speelgenootjes in de buurt. Een rustig idee voor U en hij kan er blijven tot de oorlog voorbij is.

8 April: Oma Bolding: Jan Gerrit is hier Dinsdag, 3 April gebracht, dus na Paschen. Ze zouden hem met Paschen brengen, maar omdat er zooveel wind was, ging dat niet.

Hij maakt het best en is hier heelemaal niet vreemd. Hij eet best en slaapt ook goed. ‘sMiddags diet hij een slaapje van plm. 1 ½ uur.

 Ook speelt hij veel met Karel; ze kunnen het best met elkander vinden. Karel gevoelt zich de oudste en moet op hem passen. Hij heeft hier speelgoed gebracht en dan spelen ze samen. Jan Gerrit is erg lief.

 We maken hem nu geheel mee, dus zien nu meteen hoe hij is. Hij babbelt van alles en als hij wat wil, zegt hij iedere keer: Mag dat wel? Vannacht was hij geheel droog gebleven, maar andere nachten is hij meestal nat. Hij is er zelf blij mee, als hij droog is, en mag dan even bij mij in bed.

 Het is wel gemakkelijk dat hij zoo goed van huis kan. Bij Aagje vond hij het goed en ook hier weer. Hij heeft Jan Willem gezien, maar daar maakt hij niet veel van. Hij zegt: Die kan toch niet loopen! We vonden hem wel groot geworden. Hij ziet er best uit en wat is hij zwaar. Ze vinden hier alle, dat hij op jou gelijkt, Guus [ mijn moeder] , maar ik vind, dat hij toch ook wel iets van de Van Edens in zich heeft. Ik denk, dat hij een paar weken bij ons blijft en dan weer naar Wormerveer gaat. Als Karel en J.G. samen zijn, is het een druk stel. Als het te erg wordt, sturen we Karel weereens weg en alleen is J.G. niet zoo druk.

Van de week ben ik met J.G. naar de kapper Klopper geweest. Hij ging graag mee, maar toen hij op de stoel moest, wou hij niet. Erg schreeuwen. Maar de kapper bond hem vast met een riem en toen bedaarde hij gauw. Ik hield zijn hoofd vast en toen ging het goed. Hij begreep zeker wel, dat hij het niet kon winnen. ‘t Is erg opgeknapt, want z’n haar werd zoo lang. Hij vraagt nu aldoor: moet ik niet naar den kapper?

10 April: Oma Van Eden: 5 weken terug is Jan Gerrit hier te gast geweest. Het is een schat van een jongen en nu is Vader naar Knollendam en gaat terug over Wormerveer naar W.P. om te hooren, of hij nogeenseen dagje komt, want we zien hem maar heel weinig. We hadden gehoopt, dat Aagje of Annie wel eensmet hem zouden komen, maar tot nu toe is ze er nog niet geweest. En voor mijis de loop te ver. Ik ben met z’n verjaardag erg vermoeid thuis gekomen. Wat zullen jullie ook een verlangst naar hem krijgen, maar Guus, voor jou is het misschien wel goed, want het valt eerst niet erg mee, he, je verzwakt wel van een bevalling, en het lijkt me nogal een druk ventje. Hij weet al aardig zoo wat te vertellen.

Opa Van Eden: Jan Gerrit is bij Vader en Moeder Bolding vanaf Dinsdag na Paschen. Hij is een lieve jongen (een echte Hollandsche jongen, hoor). Wijzouden hem ook wel graag eenige dagen willen hebben, maar Moeder en Diet zouden geen rust hebben, wanneer hij aan den weg speelde. Dus ze durven het niet aan. Voor een dag gaat het wel en vooral op Zondag, daar we ons dan geheel aan hem kunnen wijden. Toen hij hier was heeft hij zich best vermaakt. Hij kwam, na zijn aankomst, direkt los en den geheelen dag door was hij lief. Hij zal wel vreemd opkijken, als hij Beatrijs ziet.

 

11 April: Aagje: Met de Paschen zijn we niet naar Heiloo gegaan. Dat kon niet: er stond een vreeselijke storm, het was wel jammer. Dinsdags na Paschen was het weer vrij goed, dus toen zijn we maar gegaan. J.G. kende opa en oma niet meer, maar hij was toch gauw thuis. Toen ik wegging, keek hij wel sneu, maar het is direkt best gegaan en hij is er op het oogenblik nog. Samen met Karel gaat het ook best, hoorde ik. Nu, dat valt me erg mee, want ze zijn eigenlijk alletwee nog even wijs.

 Ik vond het erg vreemd, dat J.G. weer weg was. Morgen zullen we nu wel hooren, wanneer we hem weer moeten halen. De laatste week, dat hij hier was, is hij de hele week droog geweest maar met Paschen was hij weer drijfnat, wat gek toch, he! Hij mag hier gerust nog wat blijven. Halen kan Kees [mijn vader] hem niet, daar hebben ze natuurlijk op het oogenblik met dat beschieten ook geen zin in. Eten hebben wij nog wel voor hem. Hij at niet zooveel meer als de eerste weken. Op pap was hij gek en vleesch was ook altijd zijn eerste vragen: Hebben we vleesch? Was het dan. Hij heeft een keer of wat een eitje bij Oly gehad. Nu, dat vindt hij ook fijn.

 

15 April: Oma Bolding: […] Hij is niet lastig, maar heeft wel eens tijden, dat hij niet wil doen wat we zeggen en dan krijg je het niet gedaan van hem. Hij zegt dan maar trouw: "neen". Maar dan krijgt hij een paar tikken en huilt even, doch hij is het nogal gauw weer vergeten. […] Als ik hem vraag over Voorburg, dan vertelt hij weleens wat, maar hij maakt er verder niets van. Hij begint nu een beetje naar Jan Willem te kijken. Hij weet wel, dat hij een zusje heeft en hoe ze heet. Jan Gerrit is best en voelt zich overal thuis. Heb daarover maar geen zorg.

 

18 april: Tante Diet: J.G. is nog niet meer bij ons geweest; wij hopen, dat hij spoedig nog weer eens gebracht wordt. Ik ben er ook niet heen geweest, omdat zoo’n kind daar vast niets aan vindt of je daar op visite zit en ‘t is altijd de vraag of ik Aagje thuis tref en ‘t is moe te ver. Als J.G. weer bij ons is, ga ik hem even aan bij Diet Japies [een nicht getrouwd met Klaas Bolding, broer van Cees]; die is ook nieuwsgierig naar hem. Cees Bolding vindt het altijd zoo’n eenige jongen zegt ze. [Cees Bolding was in de 50er jaren adjunct directeur van de Koninklijke Academie te Den Haag, hij schilderde in een traditionele stijl verwand aan de Haagse School. Hij was voor mij, ook in de vijftiger jaren, het eerste contact met de kunstwereld.]

 

Poster by an exhibition of  Cees Bolding in 1997, reproduction of the painting "Nettenboetsters", 1943. This painting was hanging in my elderly home.

 

 

 

 

 

 

 

19 april:  Oom Wijbrand: Jan Gerrit hebben wij gistermiddag weer gehaald, en is dus weer hier. Het werd in Heiloo schijnbaar wel wat druk, hoewel ze het best met hem hadden kunnen hebben. Ook de verhouding J.G.-Karel was goed. Bijzonders is er niet, maar je wilt toch wel wat hooren van jan Gerrit, dunkt me. A. Heeft wellicht hierover nog meer te zeggen.

Tante Aagje: J.G. keek wel blij, toen hij weer hier kwam. Hij ging weer naar huis vertelde hij en dat was naar de Noorddijk [woning van de fam. Prins te Wormerveer] Dus hij voelt zich zeker nogal thuis hier, hoewel hij gerust wel eens een standje van me krijgt, want we zulllen je maar geen verwenden jongen terugsturen, daar heb je niets als last van. Hij loopt nu met een zomertruitje en dat blauwe vestje zoo bij huis. Wat hebben we een mooi weer , he? Het is ‘s middags volop zomer aan de dijk. Hij eet nog best. Zoo pas nog graag 4 boterhammen en ‘s morgens 1 of 2 met een bord gortmout. ‘s Middags 2 porties met een bordje pap. Dus dat gaat best. Vanmiddag had hij lang geslapen tot kwart over 4, maar vanavond ging ik om half negen weereens naar boven, daar ik hem dacht te hooren en daar lag mijnheer op zijn buik voor ons ledikant. Wat hij aan de hand had, kwam ik niet aan de weet. Maar toen ik hem weer neergelegd had, sliep hij zoo.

 Hij is den heelen dag buiten geweest. Alleen even eten. Meest aan de overkant, waar ze stonden te visschen. Hij zeurt steeds al om een stok met een touwtje. Dan wil hij zeker ook aan den gang, maar dat zullen we toch maar niet doen.

 

22april: Oma Bolding: Verloopen week Woensdag heeft Wijbrand J.G. weer hier vandaan gehaald. Hij is hier 16 dagen geweest en het was erg vreemd toen hij weer weg was.

Vooral de eerste avonden, toen ik hem niet meer in zijn bedje zag liggen en hem ’s nachts niet meer helpen moest. Hij is erg lief geweest en we hebben hem geheel meegemaakt in zijn manieren. Natuurlijk net als alle kinderen was hij op z’n tijd weleens stoout ook, maar’t is nogal gauw over bij hem; hij was het zoo weer vergeten. ’t Geeft natuurlijk wel veel zorgen, als je een kind hebt, en vooral als het je is toevertrouwd. Maar’t was wel gezellig ook.  Hij ging weer graag mee naar Wormerveer, vooral omdat hij op de fiets mocht. Het was prachtig weer.Hij heeft hier veel met Karel gespeeld en het ging best.

Als we vragen, of hij niet weer naar mamma en pappa moest, zei hij altijd: "Als de potte ruiten heel zijn". En hij zei zoo triomfantelijk tegen mij: "en Henk [mijn Voorburgse boezemvriend] moet bij de potte ruiten". Eerst begreep ik het niet, maar later kwam ik er achter, wat hij zei. Hij kuste wel jullie’s portretten, die ik hem zien liet. En over Boy [de hond van mijn ouders die rond deze tijd , tot groot verdriet, weggegeven moest worden aan een tuinder in het Westland, omdat er in Voorburg geen voedsel meer voor hem was] zei hij: "Als mamma drietig is, gaat J.G. op mamma’s schoot zitten!". Je hoort wel, dat hij z’n thuis nog niet vergeten is. Hij ziet er best uit, alleen heeft hij erg veel last van jeuk. Hij zegt dan, dat komt van de vlooien. Ik deed er dan maar wat poeder op. Verder niets bijzonders.

Jan Willem wordt al erg lief. Karel is gek op hem. J.G. begon nu toch wel naar hem te kijken.

Wat het spelen betreft, dat was heel anders dan hij gewoon was, denk ik. In de boschjes, wat voorheen boschjes waren, in Tuindorp, zijn allemaal kuilen gemaakt. Daar spelen nu alle kinderen in. Daar waren J.G. en Karel ook bij. Ze maken dan een tankwal met water en worden vanzelf tamelijk vuil. Ik moest alle avonden z’n beenen wasschen. Maar hij vond het prachtig. ‘s Morgens kwam Karel hem altijd halen en dan gingen ze er samen op los. J.G. is dol op bloemen plukken en dan moesten ze in een vaasje. ullie zullen hem wel wat veranderd vinden, want zoo’n kind doet veel andere indrukken op. Maar dat is weleens goed voor hem. Dan vindt hij het thuis ook weer prachtig.

23 April: Tante Diet: Van harte hoop ik, dat jullie het volgende jaar weer allen bij elkander zult zijn. Ik vind het nu maar naar, dat de kleine J.G. nog maar steeds niet thuis is. Hij zei de laatste keer zo lief: “Nu kom ik niet meer hoor, want morgen ga ik naar mijn pappa”. Dat wou hij toch vast graag. Het spijt ons zoo, dat we hem nog steeds niet meer gezien hebben. Miscchien is hij nog altijd in Heiloo.

 

29 April: Oma Bolding: Ik kan me wel voorstellen, dat je Jan Gerrit weer graag zou zien. Vrijdag was Wijbrand hier en vertelde, dat J.G. weer blij was, toen hij in Wormerveer kwam. Hij was erg lief, dus ik had hem zeker nogal niet verwend, want die orders had ik van Aagje gekregen. Hij speelde nu weer met de buurtjongens en bij den boer op het land. ‘t Wordt een echt buitenkind en de stadsmanieren moeten er later maar weer aankomen. Hij staat buiten te plassen en ‘s nachts is hij zoowat altijd droog. Dus je ziet wel, hij komt groot terug.

Hier eindigd het verslag van mijn vader. Ik moet begin Mei weer teruggebracht zijn naar Voorburg, de bevrijding van Nederland was immers een feit.

 

1945

Als Canadese soldaten [de Canadezen hadden Den Haag en Voorburg bevrijd] verkleed deden mijn vriendje Henk Zonnevijlle en ik mee aan de gecostumeerde optocht van het bevrijdingsfeest. We waren in bruin pakpapier gehuld en ik herinner me als de dag van gisteren het knisperende papier tussen mijn benen bij het lopen. Ik vond het verschrikkelijk en heb er mijn leven lang een afkeer van verkleedpartijen aan over gehouden.

 

 

Met mijn buurjongen Henk Zonnevijlle (rechts) allebei verkleed als Canadees soldaat voor de gecostumeerde optocht gedurende het bevrijdingsfeest.

 

[45 mei canadees kostuum-bevrijdingsfeest]

 

 

 

Op straat met klompen, gefotografeerd door een anonieme straatfotograaf.

[45 op klompen]

 

 

 

1946

Dit jaar ging ik naar de Montessorie kleuterschool, gesitueerd in een park met grote beukebomen aan de rivier de Vliet (Vreugd en Rust). Met andere kinderen uit mijn buurt gingen we er lopend heen onder begeleiding van steeds een andere moeder. Al snel weigerden ze me nog mee te nemen in de groep omdat ik bij het oversteken van de Laan van Nieuw Oostindie, toendertijd de weg naar Rotterdam met het drukste autoverkeer in Nederland, steevast bleef staan, wanneer de groep naar de overkant rende, omdat ik dat onder mijn eigen verantwoordelijkheid wilde doen. Toen mijn moeder me vervolgens elke dag op de fiets wilde brengen, verzette ik mij en liet me niet op de fiets zetten. Uiteindelijk ging ik dus dagelijks in mijn eentje lopend naar school! Mijn moeder drong er dagelijks bij mij op aan goed uittekijken bij het oversteken en naar zij zegt sloop zij mij dikwijls ongezien achterna tot aan die drukke autoweg om zich er van te vergewissen dat ik veilig overkwam. Ik vermaakte me kostelijk op mijn dagelijkse tocht naar en van school. Soms kwam mijn moeder me ophalen van school en het gebeurde dat ik dan niet mee wilde en me vastklampte aan een been van de juf. Mijn juf had donker halflang haar binnengekruld recht haar met een pony. Zij was naar ik me herinner geheel in het zwart gekleed en droeg naoorlogse kwaliteit zwarte nylons en pumps met halfhoge hakken. Ik ben mijn leven lang gefascineerd geweest door zwarte gehakte schoenen en benen in nylons. Mijn moeder kreeg mij dan mee door een beroep te doen op mijn grote verantwoordelijkheisgevoel, zij riep dan dat ze dacht dat haar fiets werd gestolen waarop ik naar buiten rende om de dief te pakken. Ik herinner mij als de dag van vandaag hoe ik mij vastklampte aan de benen van de juf van de Montessory kleuterschool omdat ik, dwars als ik was, niet naar huis wilde met mijn moeder. Ik herinner me heel physiek haar zwarte nylon kousen, en breed gehakte, gelakte, zwarte schoenen. Verder herinner ik me pas weer nylon kousen uit de advertenties in Libelles die in stapels op de zolder lagen, maar dat was al in mijn pubertijd.

Buiten schooltijd speelde ik met de kinderen uit de buurt in het open veld met ruines tegenover ons huis dat daar ontstaan was na de bominslag in het laatste oorlogsjaar. Met mijn boezemvriend Henk liep ik mee in de gecostumeerde optocht van het eerste herdenkingsfeest na de bevrijding. Wij waren beiden gestoken in bruine pakpapieren uniformen met baret naar het model van de Canadezen die Voorburg bevrijd hadden van de Duitsers. Ik vond het knisperende papieren pak verschrikkelijk om te dragen en ik heb me sindsdien nooit meer willen verkleden.

In de strenge winter van dat jaar zakte ik door het ijs in de plas die ontstaan was in het midden van de bomkrater. Een buurman redde mij met gevaar voor eigen leven, door liggende op planken naar mij toe te schuifelen en mij er uit te trekken.

 

 

Location of the nursery school Vreugd en Rust (Google maps 2018), where I went walking mostly all on my own on a daily basis

 

 

 

Mijn kleuterschool waar ik van 1946 tot 1947 naartoe ging, is sinds 1989 prachtig gerestaureerd als hotel-restaurant. Ik herinner me de ruime speeltuin met de ronde ramengevel.

 

 

Mijn zusje Beatrijs was nu groot genoeg om buiten te spelen en ik moest op haar passen, maar veel geduld had ik niet met haar en binnen de kortste keren zette ik haar weer op de trap onder de kreet hier heb je haar weer. Het leukste was het spelen met water en modder op het open terrein aan de overkant. Grotere meisjes in de buurt namen me overal naar toe om met me te spelen, er gebeurde niets speciaals maar ik vond hun aandacht wel fascinerend. Eens toen ik alleen aan het spelen was met een grote rubberen voetbal, die ik van mijn "oom" Guus Bauer had gekregen, pakte een mij volslagen onbekend en veel ouder meisje dat toevallig in de straat passeerde deze voetbal van mij af en zonder mij te bedenken wierp ik mij op haar en trok haar jurk aan flarden. Haar ouders kwamen later klagen. Oom Guus was een oude collegevriend van mijn vader die naar Indonesie was vertrokken waar hij werkte voor het gouvernement. Hij had indrukwekkende grote oren en was heel lang. Op zijn bezoeken terug in nederland zocht hij ons op en bracht prachtige cadeaux mee, zoals die grote rubberen voetbal. Een ander incident dat mijn vader vaak verhaalde, was toen Martien Langeveld, de later beroemde professor in de Pedagogie aan de Universiteit van Utrecht, mij een zilveren lepeltje cadeau gaf. Ik retourneerde dit kindonvriendelijke cadeau rechtstreeks richting zijn hoofd, waarop hij mij een geweldige klap gaf. Dit gaf mij, zo klein als ik was, wel te denken en sindsdien sla ik kinderen ook meteen, als ik vermoed dat ze stout zijn. Ik had ook meestal geen zin om met mijn moeder de stad in te gaan, ze beloofde me dan zuurtjes, maar mijn antwoord was dan dat ze die toch wel zou kopen omdat ze ze zelf zo lekker vond. Mijn vriend Boy de hond was er niet meer, alhoewel we hem nog regelmatig opzochten. Omdat het goed is voor kinderen om een dier in huis te hebben had mijn moeder een poesje geadopteerd, maar ik speelde allerlei onverantwoorde spelletjes met het arme beest. Op een dag had ik het in de, wel is waar gedoofde, potkachel gegooid en het had daar enige uren radeloos in de as rondgesprongen. Toen het door mijn moeder bevrijd werd nam het de benen en we hebben hem nooit weer teruggezien.

 

 

Beatrijs op de step en JG met de rubber bal (cadeau van oom Guus)

[47 Voorburg-Beatrijs en JG met rubber bal]

 

 

 

1948

Mijn vader verliet het Centraal Bureau van de Statistiek in Den Haag en accepteerde een nieuwe baan om een sociale vereniging van havenarbeiders op te zetten in Rotterdam. We verhuisden naar de Navanderstraat 6 te Rotterdam op 14 juli 1948, een veel te klein appartement, in een naar onze doen een slechte buurt. Op dezelfde verdieping aan de andere kant van het trappenhuis woonde een aardige vrouw die vaak in de open deur stond  in haar roze peinoir. Ze ontving zeelieden, zei mijn moeder. Op een goede dag kwam zij in het trappenhuis een man tegen die haar aansprak en dit bleek een oud-leerling te zijn geweest van mijn moeder, die onderwijzeres was in de jaren voor haar huwlijk.Na onze aankomst in deze buurt sloot ik  me oogenblikkelijk aan bij de lokale straatbende en ik bevestigde mijzelf door vriendjes die niet naar mij wilden luisteren met hun kop tegen het beton te slaan waarna zij bloedend naar huis gingen. Er kwamen constant ouders klagen over mijn gedrag. We organiseerden ook winkeldiefstallen, uitsluitend voor de gein. Ik herinner mij de winkeldiefstal die we samen met nog een paar jochies pleegden van een aantal rood geverfde keramische kandelaars in de kersttijd. We werden betrapt en het was een hele heisa. Ook maakte ik helemaal in mijn eentje tochten door de stad. Ik zette een koers uit op mijn kompas, dat ik op mijn verjaardag had gekregen, en na een uur of zoiets lopen in dezelfde richting kwam ik weer terug in de tegenovergestelde. Mijn vader nam me mee op tochten in kleine sleepbootjes door de haven en ook naar het jaarlijkse uitje voor de havenarbeiders. Mannen die zo dronken waren dat ze de gummieknuppel waarmee de politie ze sloeg niet voelden, of tenminste ze bleven gewoon liggen op ongeoorloofde plaatsen. Er werd gezongen en op het feest waarde een Neptunus rond die mensen onderdompelde om ze te dopen in een ritueel dat ik niet begreep, maar de algehele ruwheid boezemde me wel ontzag in. Op de 1ste Mei ging ik met met mijn vader naar PVDA demonstraties en met Pasen zochten we eieren tezamen met de Socialistische jeugd. Mijn Moeder moest er niets van hebben en met verkiezingstijd moest ze onder druk worden gezet om op de correcte partij te stemmen.

Ik ging naar de Openbare Dalton lagere school. Ik behaalde mijn zwemdiploma’s A en B in het Sportfondsenbad. Een en ander onder zachte dwang van mijn moeder, want ik haatte water om in te zwemmen. Vaak maakte ik de zwembroek nat onder een publieke pomp om althans de indruk te wekken dat ik naar het zwembad geweest was. Het diplomazwemmen op het eind was wel leuk, van mijn ouders kreeg ik een plastic model vliegtuig als vergoeding voor de doorstane ellende. Nu herinner ik mij ook het aquarium met twee goudvisjes dat mijn zus en ik op onze verjaardag van onze huishoudelijke hulp (Kate) kregen. Mijn vader die als rechtgeaarde Hollander dacht dat aardappels zo ongeveer het beste was dat je kon eten, gooide een paar kruimels in het aquarium, waarop de visjes de volgende ochtend met hun buikjes naar boven dreven, maar boos of verdrietig waren we niet.

 

 

 

Guus, Beatrijs en JG op Navanderstraat 6 te Rotterdam

[49 Navanderstraat nr 6 - 2]

 

 

 

1949

Tegen het einde van het jaar kreeg mijn vader een nieuwe baan als directeur van het overkoepelend orgaan der kinderbescherming.

In de zomer hadden mijn ouders een werkvakantie voor me bedacht. Onze hulp in de huishouding Kate, die van Duitse afkomst was,  bracht mij naar familie van haar op een landbouwboerderij niet ver van de Nederlandse grens in Duitsland. Het was een prachtig gebied met korenvelden en de boerderij was een markant gebouw met een gesloten vierkante binnenplaats, waardoor je naar binnenkwam door een gewelfde poort.
Ik moet daar 4 of 5 weken zijn gebleven, natuurlijk begreep ik de mensen helemaal niet omdat ze alleen Duits spraken, maar geen probleem, ik vermaakte me, meestal met het begeleiden van de mannen in het veld. Ik zal je een van mijn avonturen vertellen. Op een dag gingen we erop uit om de paarden op te halen van hun weidevelden. De boer vroeg me met gebaren om een ​​van de paarden mee naar huis te nemen. Nadat hij de holster had omgedaan, gaf hij me het uiteinde van het touw en liep ik naar huis met het werkpaard achter me. Voor mij leek het paard enorm en ik was nogal ongerust, maar laat maar. Het touw dat ik vasthield, moet een halve centimeter dik zijn geweest, maar het voelde als een heel dikke tros in mijn 7-jarige handen. Bij aankomst op de boerderij liep ik door de poort de binnenplaats op die geplaveid was met kasseien. Ik hoorde zijn stappen klok ..., klok ... achter me en ik durfde nauwelijks om te kijken, dus marcheerde ik in een behoorlijk tempo opdat ik niet door het paard werd betrapt. Achteraf gezien had ik opzij moeten gaan en het daarbij gelaten, maar verantwoordelijk als ik was liet ik het paard niet gaan, en wist niet hoe ik hem moest stoppen, ik bleef in cirkels rond het hof lopen totdat de boerenvrouw me te hulp kwam . Het was misschien maar een paar minuten, maar in mijn herinnering duurde het een eeuwigheid.
En zo kwam ik deze zomer door,  geëxcommuniceerd in een gouden landschap waarvan de herinneringen weer bij me opkomen als ik de schilderijen met korenvelden van Van Gogh zie.

 

1950

Op 9 maart verhuisden we naar een riant huis met een grote tuin op de Kiplaan 30 in de Vogelwijk van Den Haag.

 

De familie voor ons huis Kiplaan 30 te Den Haag. JG op zijn te grote fiets voorzien van houten blokken op de trappers

.[52 Den Haag - Kiplaan]

 

 

 

Familie van Eden-Bolding, 1951
[1951 fam van Eden-Bolding.jpg]

 

Familie reunie vanwege 12 1/2 jaar getrouwd zijn van mijn ouders in de tuin van Kiplaan 30
Staande:  Dien de Vries-Bolding, Jan de Vries, Grootmoeder Anna van Eden-Waagmeester, Grootvader Jan Gerrit van Eden, Wijbrand Prins, hulp in de huishouding, naam?, Grootmoeder Antje Bolding-Goedhart, mijn vader Cees van Eden, Maarten Klijn (weduwnaar van Anna van Eden), Grootvader Willem Bolding, Aagje Prins-Bolding
Zittend:  Diet van Eden met op haar schoot mijn zus Beatrijs, mijn moeder Guus, mijzelf Jan Gerrit op rolschaatsen

 

 

 

1951

Ik ging naar de Nutsschool op de Sportfondsenlaan. Ik was een lastige leerling en bijna dagelijks werd ik de klas uitgestuurd en stond ik op de gang. Ik herinner me menige keer dat de onderwijzer in de klas achter me aanrende terwijl ik over de banken sprong om me niet te laten pakken. In het speelkwartier speelden we ruwe spelletjes en rookten we sigaretten. In die tijd had mijn vader thuis sigaretten op de salontafel staan en bezoekers werden eerst uitgenodigd voor een sigaret of een sigaar. Deze gewoonte om af en toe te roken heb ik opgegeven toen we in 1953 naar Groningen verhuisden. Ik kan dus zeggen dat ik gestopt ben met roken op mijn 11de.
Ik ging met een vriendje mee naar de welpen (van de padvinderij) die een prachtig clubhuis hadden niet al te ver weg van ons huis midden in de duinen. Mijn ouders hoorden er van pas weken later, waarschijnlijk omdat ze een rekening kregen, en mijn vader vond het helemaal niks, hij was erg anti-militairistrisch en associeerde het met het leger en een verkeerde mentaliteit, maar ik bleef wel gaan.

 

Mid 1951 werd mijn vader onheuselijk ontslagen, vanwege een conflict met een van de bestuurders van de Raad voor de Kinderbescherming. Vanwege het onslag zat mijn vader bijna een jaar lang thuis op een riant salaris dat dus kennelijk betaald werd uit de opbrengst van de caritatieve kinderpostzegels. Mijn vader was een echte vechtjas en hij accepteerde het ontslag wel, maar voor de volgende baan wilde hij er niet op achteruitgaan wat zijn carriere betrof.
Met mijn vader ging ik naar de Picasso tentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum. Ik vond het prachtig, maar in de pers werd er nog getwijfelt of Picasso nu een groot kunstenaar of gewoon een charlatan was.

 

 

1952

Den Haag, Kiplaan 30, Vogelwijk

Ik weet niet waarom maar ze plaagden me altijd wanneer ik met Hermien, mijn buurmeisje, naar school liep. Ik vond haar wel aardig.

Anders dan de jaren van Rotterdam woonden we nu in een hele nette buurt, we vermaakten ons met de jongens door oorlogje te spelen door ons te verdelen in twee groepen en dan in tegengestelde richting elkaar te besluipen in de achtertuinen van de huizen. Hierbij moesten we over schuttingen en schuurtjes klimmen die de afscheidingen vormden van de tuinen. Achter ons huis stond een grote wilgeboom, zo hoog als ons huis, waar ik vaak in klom. Mijn moeder vond alles goed. Soms ging ze naar "de stad" op de fiets en ging dan met haar mee op rolschaatsen. Dit waren schaatsen met  5of 6 cm grote ijzeren wielen, die elke paar maanden vernieuwd moesten worden. Op school waren er altijd gevechten tussen leerlingen van verschillende klassen, waar ik behoorlijk huis hield. Op een goede dag werd ik door de vader van een "slachtoffertje" in het voorbij gaan aan hun huis, van de straat geplukt en ze sloten mij op in de garage van hun huis. Ik herinner me een ochtend opgesloten te hebben gezeten, maar ik had er geen moeite mee en het had geen verdere consequenties. Er waren weinig autos in de buurt, maar mijn vriendje Leo had een familie connectie met een auto, en als het goed gesneewd had lieten ze ons de sleetjes met touwen aan de achterbumper vast maken, waarop we door de buurt toerden.

Juli 1952 mijn vader wordt benoemd tot directeur van de Sociale Dienst Groningen.

Mijn vader verhuisde naar Groningen en mijn moeder bleef met mij en Beatrijs in het huis van de Vogelwijk. Het gaf mij als jongen van 10 jaar veel vrijheid en verantwoordelijkheid.

1953

Vanaf januari woonden we aan de Hofstede de Grootkade 33 in Groningen. Op 15 januari ging ik naar de Van de Berg school. Omdat ik wegens wangedrag en het op de gang staan, een groot deel van de lagere school had gemist, kwam het advies om mij de 6de klas te laten herhalen. Mijn vader was het hier helemaal niet mee eens en bezweerde de directeur van de school me wel het een en ander bij te zullen brengen. Iedere avond en weekeinden kreeg ik les van mijn vader en ik heb heel wat afgehuild, maar ik kan zeggen dat ik de lagere school in één jaar volbracht heb. Aan het eind van het schooljaar slaagde ik met vlag en wimpel voor het toelatingsexamen van de Hoogere Burgerschool.

Geboorte van mijn broer Willem.

 

 

Mijzelf, mijn moeder Guus, de pas geboren Willem en Beatrijs in de tuin van Hofstede de Grootkade 33 te Groningen

[54 Groningen - JG, Guus, Willem, Beatrijs]

 

 

1954

Rijks HBS. Alhoewel nog wel heel lastig voor de leraren, werd ik een voorbeeldige leerling.
Van de weinige leraren waaraan ik herinneringen heb wil ik nog noemen Willem Diemer (1922-1994).  Dichter, leraar, uitgever en boekhandelaar. Vanaf december 1942 was Willem Diemer (jr.) actief in het studentenverzet. Hij verleende hulp aan neergeschoten geallieerde piloten, joden en onderduikers. Hij werkte als koerier Lo/KP (groep Schalken-Horlings) en was plaatsvervangend commandant van de Binnenlandse Strijdkrachten te Musselkanaal.

De zomer van deze en de daarop volgende jaren heb ik gezeild in het Friese merengebied met de zeeverkenners "De Bevers".

1955

Op de fiets van Groningen naar Rotterdam helemaal alleen, overnachten op adressen van vrienden van mijn ouders, naar de E55. Op deze grote openluchttentoonstelling werd de eerste televisie van Philips gepresenteerd en ik herinner me ook de 360 ​​graden sound surround filmprojectie.

Zondags gingen we regelmatig naar Kunstlievend Genootschap Pictura, waar de Groningse schilders van De Ploeg (Jan Altink, Jan Jordens, Johan Dijkstra en Hendrik de Vries,  George Martens, Hendrik Werkman  en uiteraard Jan Wiegers) exposeerden. Deze groep is verwand aan de Duitse expressionisten van voor de oorlog, waaronder Ernst Ludwig Kirchner en Paula Modersohn Becker veel invloed hadden op mijn ontwikkeling als schilder.

 

1956


In de weekeinden met de zeeverkenners op het Paterswoldse meer. Waar we 2 platbodemzeilboten en een roeiboot hadden. Tijdens de winters lagen ze met hun gezicht naar beneden voor onderhoud, het was hard werken. Elke zaterdagmiddag fietsten we zo'n 10 kilometer om er te komen.

In de zomer heb ik deelgenomen aan de Internationale Jamboree van de padvinderij in Schotland (UK). Ik kwam in Engeland aan met de veerboot van Hoek van Holland naar Harwich en dan met de trein naar Edinborough.

We waren ook een paar weken met de hele familie op het eiland Terschelling, waar ik een fanatiek vogelaar werd.

1957

Benefiet veiling in het Groninger Museum , mede georganiseerd door mijn vader C van Eden, die president van de Groningse afdeling van het Koningin Wilhelmina Fonds voor de Kankerbestrijding (KWF) was. Mijn ouders kochten hier ook een aantal werken waarvan de Anton Buitendijk en de Teun Roothart nog in mijn bezit zijn.

 

1958

1954-1958 Summer camps at Terhorne (Frisia) with the seascouts "De Bevers". Flat bottom sailing boat in the background.

Jan van Eden, Joost Hamming, (?), ... van Doornmaal in the picture.

 

 

 

1959

 

Met Katrien Bel (president van de feestcommissie) op het jaarlijkse bal van de meisjes HBS

[59 Groningen - Katrien Bel - meisjes HBS]

 

 

 

Op de fiets vanuit Groningen naar Parijs met mijn vriend Jan Hoogland.

"Dispuut" tent van Carl Denig

[59 Reims - on route to Paris - Jan Hoogland]

 

 

 

Tekenklassen op de middelbare school kregen we minstens een halve dag per week. Ik won een prijs op een schoolcompetitie met een abstracte aquarel in blauw en geel. Tissing, een regionaal bekende kunstenaar, die toen begon als leraar aan onze school, prees mijn inspanning. Het werk [ref. 595801] werd tentoongesteld in het Museum van Groningen.

 


1959 Groningen RHBS - schooltime
Nederlands        


 

 

1960

 

Carry-Ann Tjong Ayong and Catharine Vinkes in a picture with date unknown. Here to show Catharine, who was a secret love of me at the RHBS, later trouwde zij met Wim Tjong a Yong (overleden maart 2005), afkomstig uit Suriname. Carry en Wim Tjong Ajong waren van één van de eerste immigranten families in Nederland, hun vader was een befaamd chirurg. Hun broer Frits zat voor een heel schooljaar naast me in de schoolbank van de 5de klas HBS.

 

 

Catharine was in mijn ogen heel mooi, ik was verliefd op haar in mijn laatste HBS schooljaar, maar had geen plannen om met wie dan ook een relatie aan te gaan, het was dus allemaal heel veel op afstand. Ik kwam haar nog een keer tegen op een schoolreuni van de RHBS in de negentiger jaren. Zij was nog steeds een mooie vrouw. Ze had Frans gestudeerd en gaf haar hele leven al les ergens in het zuiden van het land en woonde ook al haar hele leven in Bergen op Zoom. Slechts een paar jaar later overleed ze op relatief jonge leeftijd van de ziekte van Creutzfeldt-Jakob. Carry-Ann was ook een vriend van mij en ze bezocht de galerie Art Singel 100 in de 90ties.

 

Het jaar van mijn eindexamen. Het laatste jaar was wel het gemakkelijkste. Er was een duidelijk eisenpakket voor dit ultime staatsexamen en ik kon mij daar zelf op voorbereiden. Ik liet de leraren voor wat ze waren en luisterde niet meer naar ze. Hun proefwerkjes en slimme voorbereidingen voor het examen lieten mij koud. De resultaten gedurende het jaar waren beneden peil, maar op het schriftelijke examen behaalde ik vrijstellingen voor alle Beta vakken en ik kon alle tijd voor het mondeling aan de Franse taal besteden. Dat was wel nodig, want hoewel ik altijd veel van de leraressen Frans gehouden had vanwege hun vrouwlijke charmes en ongeordende, zeg maar chaotische lesstructuur, heb ik de gramatica nooit bij benadering kunnen begrijpen en had ik dan ook slechts een twee en een half voor het schriftelijk Frans. Gelukkig had ik een geweldige literatuurlijst, een prachtig Frans accent en zwaaide ik met mijn armen om mijzelf te verduidelijken, zodat ze mij zonder meer een negen en een half gaven voor het mondeling. Mijn gemiddelde voor het eindexamen was uiteindelijk het op 3 na hoogste van de school (met drie eindexamen klassen), niet gering voor zo’n minder dan middelmatige leerling. Ik had die school gehaat, met al die geforceerde lespakketten en onverwachte proefwerken, en ik lag altijd overhoop met de leraren.
In 1960, 18 jaar oud, deed ik mijn eindexamen voor de HBS en maakte ik een keuze om verder te studeren aan de universiteit van Groningen. Voor mij was de schooltijd een marteling geweest, waarin ik mijn eigenzinnige ideeen en mijn persoonlijke karakter moest opgeven om binnen de dwangbuis van het authoritaire systeem voort te bestaan. Na de bevrijding in het jaar 1960 viel ik in een leegte waarin ik wanhopig naar een levensrichting zocht. Het enige wat ik miste van de schooltijd waren de tekenlessen en ik realiseerde me dat de schilderkunst, waar ik altijd al interesse voor had, mijn redding moest zijn. Hier begon mijn rusteloze zoektocht naar een stijl waarin ik mijn overvloed van ideeen kon verwerken. Mijn schetsen en eerste schilderijen waren al gericht op de menselijke figuur en portret, alhoewel ik in de zomers van 1960 en 1961 nog een aantal aquarellen naar de natuur maakte.


Ik verliet de middelbare school en begon schilderen serieus te nemen. Ik werkte met krijt of aquarel op goedkoop papier. Mijn onderwerpen waren landschappen naar de natuur en (zelf) portretten veelal van foto's. Ik voelde me opgelucht over het ontbreken van toezicht en was nogal geheimzinnig over mijn creatieve inspanningen.


In de zomer zijn we met de hele familie met de auto op reis gegaan naar Oostenrijk waar we logeerden op een boerderij ergens verdwaald in het hooggebergte [aquarel 606029-31].

In September begon ik met mijn studie Wis- en Natuurkunde met vakken als integraalrekenen, chemie, mechanica, atoomfysica, electriciteitsleer en enkele vakken in voorbereiding voor verdere studie zoals algemene geologie en cristallografie. Met dit pakket had ik maar een medestudent die ook geologie en cristallografie deed, maar hij (Gerard Germs) legde zich later toe op paleontologie.


Ik werd lid van studentenvereniging Vindicat met een zware ontgroening waarbij ik kaal geschoren was, maar ik overleefde gemakkelijk. Gedurende de ontgroening heb ik ontzettend veel geleerd over menselijke relaties en ik ben dankbaar dit te hebben meegemaakt. Een en ander werd wel gestimuleerd door mijn vader die als arme werkstudent in de dertiger jaren aan de Amsterdamse universiteit zich uitgesloten had gevoeld gedurende zijn studietijd.

 

1961

 

 Overwinning voor Aegir op de Bosbaan Amsterdam. Bij de finish waar we het Nederlands nationaal kampioenschap wonnen van de klasse lichte-acht. Ik ben zittende 3d plaats vanaf de voorzijde, de 4e ligt achteruit naar mij toe.

Ik woog 64 kg, dat is 141 lbs, en dat voor mijn brede schouders en een lengte van 182 cm. Heel voordelig voor een lichte acht.

 

 

 

Het studentenleven beviel me goed, de vrijheid die het verschafte stond in schril contrast met de discipline waaronder ik de RijksHBS had moeten doorlopen. Ik had me aangesloten bij de roeivereniging Aegir en in het voorjaar werden we zo goed met onze lichte acht combinatie dat we iedereen te snel af waren en steeds maar wonnen. Zodoende heb ik nog een paar medailles, waarvan een voor de nationale kampioenschappen.

 

Ik bleef aquarelleren naar  de natuur, veel in de stijl van mijn 'oom' Cees Bolding. Ik deed dit zo overtuigend dat mijn familie het verschil niet zag en jarenlang hadden ze werken van Bolding bij mijn ouders thuis aan mij toegeschreven. Ik experimenteerde in diverse stijlen en diverse technieken, en met het maken van mijn eigen verven met pigmenten en eigeel uit mijn moeders koelkast , wat een medium is van eitempera. Max Doerners boek 'Malmaterial und seine verwendung im bilde' was de basis van mijn technische kennis. Ik maakte ook een goed zelfportret in zwart krijt op groen papier in de stijl van Paul Citroen. Tijdens de zomer gingen we met de hele familie naar Italië en in gezelschap van mijn vader bezochten we Florence. In de maanden tevoren had ik kunst en architectuur van Florence in heel wat diepte bestudeerd. Aan de Universiteit volgde ik colleges kunstgeschiedenis op de 19e eeuwse romantiek: Gericault, Casper David Friedrich enz.

In deze tijd maakte de regering zich zorgen over een mogelijke oorlog met kernwapens en werden instructies voor de bescherming van de bevolking verspreid, waarvan hier een bladzijde uit de officiele folder:

 

[61 bescherming bevolking]

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1962

Mijn studie in de wis- en natuurkunde ging op normale wijze.

In juni deed ik mee aan een eerste oefening in geologisch veldwerk, samen met studenten uit Leiden. De oefening behelsde een kartering van een geologisch al bekend gebied in de Belgische Ardennen.

 

 

1962 Corcubion Galicie  [62 Corcubion - vrienden]

Picknick met onze vrienden jong en oud. Dit waren republikeinen en onder het Franco regime moest een  professor in leven zien te blijven met een prive garage omdat ze van de ubiversiteit werden uitgesloten

We dronken grote glazen cognac en hadden wel veel plezier. Ik zelf 2de van links staand en Kees Woensdrecht 4de.

 

 


Dit jaar wilde ik in de zomerperiode in Spanje beginnen met geologisch veldwerk en ik had ter voorbereiding daarop klassen in de Spaanse taal gevolgd. Ik had genoten van deze klassen in het gezelschap van al die mooie meisjes die de neiging hebben om populaire talen te studeren. Ik moet echter zijn afgeleid wat betreft mijn studie van de Spaanse taal, want toen ik een treinkaartje moest kopen bij een loket van de Spaanse spoorwegen in San Sebastian, konden ze niet begrijpen wat ik zei bij het loket. Eerlijk gezegd moest ik haastig op zoek naar een van de meisjes met wie ik van Parijs naar San Sebastian reisde om dat kaartje voor me te kopen. Gelukkig was ik daarna op weg naar La Coruna, Galicië.


Ik ging werken als assistent  van een geoloog die veldonderzoek deed in Galicië voor een proefschrift over migmatieten en andere stollingsgesteenten. Kees Woensdrecht, de geoloog, deed zijn werk onder begeleiding van prof. Den Tex van de Universiteit Leiden.


Deze specialisatie in de geologie is voor mij altijd een beetje een mysterie geweest, de verschillende soorten stollingsgesteenten, waarvan je de samenstelling in het veld kon achterhalen door de kristallen met een loep te onderzoeken, werden theoretisch uitgelegd met ingewikkelde diagrammen van temperatuur en druk . Zo'n magma verandert tijdens het stollen voortdurend van samenstelling omdat bepaalde mineralen eerder kristalliseren en dan zinken, waardoor het resterende magma een heel andere samenstelling aanneemt. Deze processen, die op kilometers diepte hadden plaatsgevonden, lieten door erosie een gedifferentieerd patroon achter in de rotsen die nu aan de oppervlakte liggen. Het onderzoek van al die logische relaties tussen het ene graniet en het volgende dioriet! Dit was niet mijn vak, mijn toekomst lag in de sedimentologie.


Voor een maand of twee waren we gevestigd in Corcubion en liepen we elke dag uren over smalle ommuurde wegen om bij het studiegebied te komen, hoewel ik me herinner dat we één op de drie dagen niet het veld op konden vanwege regenachtig weer. Een heel ander klimaat vergeleken met het andere Spanje. Naast werk hadden we een interessant sociaal leven. Dit was Galicië, net voor de introductie van televisie. In de cafés zaten nog mannen met een gitaar om verveling te verdrijven en als vreemdeling werd je meteen geaccepteerd, al mocht je nooit voor je consumptie betalen, want dat ging hun eer te boven. Trouwens, voor een peseta had je twee glaasjes wijn.


Zondagen hadden we meriendas op het strand bij Corcubion met het gezin van een garagehouder, die zijn baan als universiteitsprofessor was kwijtgeraakt omdat hij niet aan de kant van Franco had gestreden. Van de maaltijden bij mensen thuis herinner ik me dat we altijd te veel wijn dronken, omdat ik niet wist dat ik mijn glas vol moest laten en daarom werd ik er keer op keer aan toegevoegd, en dan bij de koffie nog een cognacglas tot aan de rand vol.


Na het afronden van de klus in Galicië ging ik op vakantie om de metropolen van Spanje te ontdekken. Reizend met een minimaal budget nam ik om middernacht de trein die stopte bij alle, ook de kleinste stations om 's morgens vroeg in de volgende stad van mijn interesse aan te komen. Op deze manier vermeed ik de kosten van onderdak, slapen in de wagens van de 3e klas die vol waren met jonge soldaten. De stemming was vriendelijk en je kon slapen op de houten banken, op de vloer, in de bagagerekken, waar je maar wilde, alleen oppassen voor de lekken in het dak in geval van regen. Ik kon mijn rugzak onbeheerd achterlaten zonder angst voor diefstal. In de vroege ochtend verkochten ze cafe con leche in grote kommen, die uit twee kannen tegelijk werden volgeschonken, een met koffie en de ander met melk.


Zo ging ik naar steden als Santiago, Leon, Burgos, Zaragoza, Madrid, Valencia, Sevilla, Granada waar ik de bezienswaardigheden en de arena's opzocht. Ik hield van de stierengevechten, gezien vanaf de goedkopere banken hoog in de arena. Spanje bleek overweldigend te zijn. Mensen met passie en menselijke interesse waarvan ik niet wist dat het mogelijk was. Het was echt een culturele schok om hier als Nederlander te zijn. Het was het leven onder het regime van Franco, maar ik moet toegeven dat ik als buitenlander niets bijzonders meegemaakt heb.

 

1963

Mijn vader, directeur van de Sociale Dienst in Groningen, in zijn werkkamer op de bovenste verdieping van het kantoor. Schilderij [ref. 643002] van Jan van Eden aan de muur. Verder hingen er op zijn kamer werken van Groningse kunstenaars die in die tijd aagekocht werden binnen de ruimhartige BKR (Beeldende Kunstenaars Regeling) waarmee hij deelnam binnen de selectie commissie.

 

 

 

Met Nel Tjong Ayong op een boot in Friesland gedurende het jaarlijkse feest van  de Groningse vrouwen studenten vereniging Magna Pete. Zij was een zus van de bovengenoemde  Carry-Ann uit een van de heel weinige Surinaamse families die toen in Nederland waren.

We hadden een heel goede tijd samen, maar ik heb haar na mijn studiejaren niet meer gezien.

 

 

 

In mei geologische excursie in Frankrijk, bekken van Parijs.

In juli stratigrafische en tectonische kartering in Asturias (Spanje) voor prof. de Sitter ( Universiteit Leiden). Samen met mijn studiegenoot Gerard Germs.We kampeerden bij het dorp Pedrosa del Rey, dichtbij Riaño. Ik heb nog een aquarel van de romaanse brug.

 

 

Dit jaar had ik mijn eigen vervoer, een Puch motorfiets. Ik reed terug naar Nederland over Frankfurt, Duitsland, waar ik Ursula Sasz opzocht die ik de vorige zomer in Galicie was tegengekomen, waar ze toen met haar ouders op vakantie was. Zij was heel mooi, bikkelhard, soms ijskoud, wel wat jonger dan ik en we waren innig verliefd op elkaar, we schreven heel wat brieven, maar de geografische afstand bleek te groot en er kwam verder niets van. Haar vader had een pleister op de plaats waar zijn linker oog had gezeten, zo uit een tekening van George Gross weggelopen. Ze hadden een prachtig huis dichtbij het Schwarzwald, waar we excursies maakten met haar moeder, die jeugdig en ook heel mooi was, zij zag mij wel zitten. Ik schonk haar een inktekening die ze zeer apprecieerde. De Bundesrepubliek maakte al wel een rijke indruk op mij, dat was kennelijk het Wirtshaftswunder waar je over las in de krant.

Waar ik kon, bezocht ik de musea, Basel, Bern, Munchen, Keulen, Frankfurt e.a.

 

Dit jaar deed ik mijn candidaats in de wis-en natuurkunde met bijvak geologie. Normaal gesproken krijg je je bul in een ceremoniele bijeenkomst, maar ik moest een heus examen doen. Ik was al twee keer gezakt voor mijn tentamen ‘electriciteitsleer’ van prof. De Waard, en mijn nogal nuchtere professor in de geologie Kuenen kwam met het idee om het kandidaatsexamen aan te vragen, dus zonder het betreffende tentamen. Zodoende was mijn examen niet alleen een formaliteit. Na het mondelinge verhoor, waar ik alweer niet voldoende kennis bleek te hebben, lieten ze mij anderhalf uur buiten op de gang wachten, maar uiteindelijk kreeg ik mijn diploma op de basis van goede resultaten voor andere natuurkunde vakken zoals ‘ mechanica’en ‘nucleaire theorie’. Mijn hele studie was een rommeltje, mijn eerste tentamen, scheikunde, ging helemaal mis omdat ze voor het schriftelijke tentamen, n.b. met alle studenten van de faculteit tegelijk, de wandkaart met elementen, die er altijd hing, hadden verwijderd. Ik was toen nog in de veronderstelling dat de universiteit begrip vroeg en geen uit het hoofd geleerde kennis, enfin die kaart kende ik niet uit mijn hoofd. Voor mijn mondelinge geologie tentamen liet Prof. Kuenen mij ook terugkomen, vanwege foute antwoorden op drie vragen (dingen zoals ‘in welke geologische periode kwamen de eerste vissen voor?’). Later bleek dat ik wel goed geantwoord had maar dat de professor het zelf niet wist. Maar Kuenen deerde dat soort zaken niet, toen ik wederom nog beter voorbereid terugkwam, stelde hij helemaal geen vragen en hadden we alleen een geanimeerd gesprek. Prof. Kuenen was trouwens wel de enige man met geniale trekken die ik op de Rijksuniversiteiten heb ontmoet en mijn voorbeeld van wat een professor eigenlijk zou moeten zijn. Ook internationaal bleek hij een grote naam te hebben, met zijn theorieen over diepzee afzettingen en ‘turbidieten’ waarvan hij de oorsprong had vastgesteld, dwong hij overal waar ik ging in de wereld van de geologie, respect af. Voor de geletterden onder u, dit is trouwens ook de professor waartegen de geograaf Willem Frederik Hermans zo tekeer gaat in het boek ‘Onder professoren’, tegen zo veel wetenschappelijke originaliteit kon Hermans kennelijk niet op. Prof. Kuenen weigerde doctoraal studenten, omdat hij te druk bezig was met zijn eigen research en om verder te gaan in de richting geologie moest ik naar Leiden. Het werd geophysica en sedimentology. De professoren waren minder brilliant, maar ze hadden wel een praktisch studieprogramma.

In de kunst begon ik een eigen stijl te vinden, ik was nu geheel gericht op de menselijke figuur. Sommige imaginaire portretten in aquarel en pastel behoren tot het beste wat ik ooit gemaakt heb [636002].

1964

Oude Hoefstraat, Leiden - mijn studenten kamer en atelier

 

 

 

Ik had nu een studentenkamer in Leiden, aan de Oude Hoefstraat. Zaterdag en zondag reserveerde ik voor het schilderen, ik rolde het versleten tapijt op en had zo een tijdelijk atelier. Ik werkte in en expressionistische stijl met grote gebaren waarbij de klodders verf door de kamer vlogen. In het weekeinde at ik niet omdat de mensa gesloten was en een restaurant te duur. Mijn hospita had dat al gauw in de gaten en gaf mij meestal iets van wat er overbleef aan haar eigen welgevulde tafel. Er was geen tekort aan geld, maar eerder een kwestie van keuzes in de besteding, ik kocht olieverf en andere materialen, ook ging ik vaak naar de bioscoop in alle steden van de randstad. Dit was de tijd van de Franse Nouvelle Vague en dan was er nog een hele filmhistory die ik nog zien moest. Ik zag soms wel drie films op een dag. Ik was lid van de Leidse studenten filmclub, waar we bijv. films van Bunuel zagen, die (je houd het niet voor mogelijk) goeddeels niet vertoont mochten worden in de openbare bioscoop, omdat ze aanstootgevend waren voor het Katholieke volksdeel en, denk ik, omdat Bunuel tenslotte communistische sympathieen had. Toen ze L’age d’or aan de studenten lieten zien, bleek niemand te begrijpen waar het over ging. Ook waren er films uit Oost Duitsland over de oprichting van de Berlijnse Muur e.d. die nooit publiekelijk vertoont werden, vanwege het gevaar dat ze begrip zouden kunnen kweken voor een systeem dat niet het onze was. Enfin veel vrijheid is er nooit geweest in ons decadente, zelfingenomen landje.

Retrospective exhibition of work on paper by Antonio Saura, organised by Eddy de Wilde in the Stedelijk Museum of Amsterdam. Saura maakte een diepe indruk en had veel invloed op mijn weerkwijze/

 

Start of my fieldwork in the Spanish Pyrenees.

 

1965

65 Jan van Eden.jpg (5165 bytes) Self, 1965

 

Mei 1965 geologische excursie Zuid Engeland en Wales

Gedurende de zomer werkte ik mee aan een gravimetrische survey in het Cantabrisch gebergte als voorbereiding van mijn MSc thesis geophysica. Veldwerk in de dalen van de Rio Esla en Rio Cea. We verbleven in de buurt van Riaño (León), waar in die tijd nog geen stuwmeer was.

Meer kartering in de Spaanse Pyreneeen. Vriendschappelijke relatie met Pepa Santolaria.

Die winter werkte ik aan de berekeningen voor de gravimetrische survey, elke middag zwengelde ik aan de rekenmachine, die toendertijd nog met de hand werd bedient.

 

 

Beatrijs (my sister) in 1965, in front of a Vietnam poster.

 

 

1966

Eerste verdiensten uit een studenten bijbaan. This year I got my first part-time job, I worked for Shell oil company on a litterature search, collecting data on grain sorting and rounding related to porosity and permeability in a variety of sedimentary environments. First real money spent on a visit to a prostitute in Amsterdam.

Excursie Hydrogeologie met prof Voute in Duitsland, ik ontsnapte het gezelschap voor een dag om het museum in Keulen te bezoeken.

Veldwerk in de Spaanse Pyreneeen en een reis door Marocco op mijn motorfiets. Was dit het jaar dat ik de grote overzichtstentoonstelling van Picasso in Parijs zag? I do remember a trip to Paris with my friend Peter Pieters travelling in his Fiat 500

 

 

1967

Deze zomer mijn laatste veldwerk in de Pyreneeen.

I submitted my thesis on the Eocene of the Spanish Pyrenees in September.

Doctoraal aan de Faculteit Wis- en Natuurkunde van de Universiteit te Leiden op 12 december (of 1 october?) 1967.

Op 28 sept 1967 had ik een interview met Anglo American Corp. in London voor een job in Southwest Africa (Namibia) met hun diamant exploratie. Een paar weken later kreeg ik een aanbod voor een veel interessantere baan in een Research afdeling van Roan Selection Trust voor de Zambiaanse Copperbelt. Ik accepteerde deze laatste nog voordat ik afgestudeerd was, want na mijn examen zou ik meteen opgeroepen worden voor de militaire dienst en het plan was om dan ‘veilig’ in Africa te zitten. Dit was de tijd van de Vietnam oorlog en mijn sentiment was nogal anti. Ik had mij indertijd op mijn 17de jaar enthusiast laten inschrijven voor de officieren opleiding van het Corps Mariniers, maar nu leek het me een beetje overdreven om daar drie(!) jaar aan te besteden.

Zo gezegd , zo gedaan. Dat najaar zei ik vaarwel aan Nederland om op een contract van drie jaar naar Zambia te gaan. Tot mijn 35ste, zou ik alleen korte bezoeken aan Nederland kunnen brengen, en verdomd elke keer als ik de Nederlandse grens overkwam lag er binnen twee dagen een oproep van de mariniers op de versleten kokosmat van mijn ouderlijk huis die mij vermaande om mij oogenblikkelijk te melden.

De dag na mijn Doctoraal examen stapte ik op een vliegtuig naar Madrid waar ik afscheid nam van Pepa, daarna vloog ik via Rome en Nairobi, naar Lusaka, de hoofdstad van Zambia, en van daar naar Kitwe , waar ik opgewacht werd door een collega van de Research afdeling van Roan Selection Trust.om met de auto verder te gaan naar Kalulushi. De eerste kennismaking met Zambia was voor mij een verrassing, in contrast met mijn romantische voorstelling die ik van Afrika had bleek Kitwe een wat saaie heel moderne stad.

 

Graduated from the Faculty of Mathematics and Physics of the University of Leiden on October, 1967.
 


Diplomas 1960 - 1967


In mei 1968 was de opstand in Parijs die de levens van generaties veranderde te ver weg om me in deze periode van mijn leven zorgen te baren.

 

1968

Het leven in Zambia was heel aangenaam. Ik begon een onderzoeksproject op Mufulira Copper Mine, naar de sedimentologie van de ertslichamen, dat uiteindelijk werd gepubliceerd in het gerenommeerde 'Economic Geology'. Jaren later, werkend in Brazilie, hoorde ik van collegas dat ze mijn studie gebruikten in het onderwijs (in Canada) vawege de bruikbare  technieken in relatie tot ertsafzettingen in sedimentologische gesteenten. Er bleek weinig gepubliceerd te zij op dit terrein.
Korte reis naar Zuid-Afrika met Mike Dawes die daarheen moest om zijn vrouw Jean te ontmoeten, die per boot vanuit het UK aankwam. Ik ontmoette Gerard Germs en zijn vrouw Ansje Kloppenburg die in Kaapstad woonden. Gerard Germs was paleontoloog uit hetzelfde studiejaar als ik aan de Rijksuniversiteit Groningen, die een baan had gevonden bij de Geological Survey of South Africa.

 

Tijdens dit jaar in Kalulushi hadden we een goeie tijd met mijn vriend Mike Dawes waarmee ik bijna elke film in de bioscoop van Kitwe zag, hij was een specialist in B-films, meestal opgeblazen versies van 16 mm-materiaal, en hij wist elke acteur bij naam. Weekenden die mensen op de golfclub doorbrachten, terwijl ik mezelf opsloot om verder te gaan met schilderen. Soms hadden we feestjes met zwarte meisjes uit Zuid-Afrika, vluchtelingen van het apartheidsregime. Met één van de meisje was ik best intiem, maar het kwam nooit verder dan kussen. Ze had stevige, puntige tieten en een fijn gevormd gezicht, heel donker, met enorme, lichtpaarse lippen. Ik zal haar knuffels en kusjes nooit vergeten en ik hou daarom nog steeds van heel Afrika. Over het algemeen waren de meisjes van Zambia het niet waard om naar te kijken. Soms namen we met een Italiaanse vriend een paar hoeren mee naar huis, maar ze waren niet aantrekkelijk met hun goedkope make-up. In dit deel van de wereld moest je voor alles wat de moeite waard was naar Katanga in Congo. Bij het oversteken van de grens moest je je mentaal aanpassen. In Zambia mag je niet betrapt worden op het aanbieden van iets aan de geüniformeerde douanebeambte, vanwege hun goede Britse opvoeding waren ze (in die vroege onafhankelijkheidsdagen) niet te corrumperen.

Aan de Zaïrese kant trof je een stel ongeregelden aan met iemand die het bevel voerde, geen uniform in zicht, die je paspoort inspecteerden om de bankbiljetten te halen die je tussen de pagina's moest achterlaten. Op weg naar Lubumbashi werden we verschillende keren tegengehouden door halfuniforme militaire, automatische geweren over hun schouders, die onze Morris Mini inspecteerden op alles wat nuttig was. Nu wilde één van hen mijn Rayban-zonnebril, maar nadat hij hem in het Frans had bepraat en tegen hem had gelogen dat ze waren voorgeschreven, hield hij op en nam een ​​paar blikjes Zambiaans bier die hij op de vloer van onze auto zag liggen. Het waren geweldige jongens die Zairese, maar keer op keer moest je ze ervan overtuigen dat je hun beste vriend was en al je charme gebruiken. Het verschil in houding was opmerkelijk, de Zaïrezen hielden hun hoofd hoog en plaatsten zich nooit in een ondergeschikte positie, terwijl het in Zambia de ja-bwana-houding was, en het laat zien dat de Britten, waar ze ook gaan, een slaafse houding achterlaten bij het volk in hun kolonieen. Lubumbashi was swinging, vooral 's nachts. Het was omgebouwd tot één groot bordeel waar alle rassen gemengd waren. We brachten de avond door met bier drinken en dansen. Uiteindelijk vertrokken ik en mijn vriend in gezelschap van twee leuke meisjes naar het hotel.

 

1969

Certificate of marriage

 

 

 

Huwde Pepa Santolaria tijdens een korte ceremonie in het gemeentehuis van Kalulushi, Zambia op 20 juli 1969. Ze was met een doorreisvisum naar Zambia gekomen voor een dag, maar na haar huwelijk mocht ze blijven. Toen we die ochtend op de afgesproken tijd met onze getuigen bij het gemeentehuis kwamen, was de secretaris niet aanwezig en kende niemand zijn schema. Ik had een dag vrij genomen, maar zonder tijd te verspillen ging ik weer aan het werk, de getuigen gingen naar huis en Pepa ging door met het schoonmaken van mijn huis. Ik controleerde om de paar uur en 's middags vond ik de dienstdoende secretaris. Pepa deed haar schort uit en we renden naar binnen met de getuigen, Sheila en Jean, de echtgenotes van goede vrienden. Dit was het eerste burgerlijke huwelijk in Kalulushi, gewoonlijk huwden mensen onder stamrecht, maar niet behorend tot een stam, wat kun je doen ... De secretaris stelde voor dat we het grootste deel van de ceremonie zouden overslaan, hij zou gewoon de papieren doen.
In plaats van trouw te zweren op de bijbel, gebruikten we een tijdschrift van de Readers Digest. We zaten daar op zijn bureau de namen en geboorteplaatsen, van ons en onze getuigen, uit te spellen. Hij schreef met moeite, omdat Engels niet zijn moedertaal was, maar toch was het schrijven binnen een uur klaar. We stonden buiten het bescheiden stadhuis, een kleine menigte van voornamelijk echtgenotes en kinderen van collega's omhelsden en kusten het pas getrouwde stel, toen de secretaresse van mijn bedrijf naar het document keek dat de ambtenaar ijverig had opgesteld, ontdekte ze dat we een jachtvergunning hadden in plaats van de huwelijksakte. Geen probleem, opnieuw gingen we met onze getuigen het kantoor binnen en de gemeentesecretaris vulde geduldig het juiste certificaat in, dat een soortgelijk grijs stuk papier was. Toen we weggingen troffen we onze Morris Mini aan, met een slinger lege blikken vastgebonden, zoals het voor sommige Britten gebruikelijk is, zo reden we een paar straten naar ons huis waarna we deze slinger haastig ongedaan maakten. We aten bij de Binda's, mijn  Italiaanse vrienden en sliepen die avond thuis. We vertrokken de volgende ochtend op huwelijksreis in onze Morris Mini 850. De reis ging door Zambia, Rhodesia [nu Zimbabwe], Mozambique en terug naar Kalulushi door Malawi.

 

1970

In the month of May and June we made the following trip

Travels from Zambia to Burundi, Rwanda, Uganda, Kenya and Tanzania.

Publication: A reconnaissance of deltaic environment in the Middle Eocene of the South-Central Pyrenees, Spain: Geologie en Mijnbouw, v.49 (2), p. 145-157.

 

Dit jaar werkte ik aan geofysische onderzoeken, voornamelijk "geïnduceerde polarisatie" in het oosten van Zambia (Dongwe Camp), niet ver van de Angolese grens. Aan het begin van het droge seizoen stuurden we iemand, meestal een vrijwillige geoloog, om daarheen te gaan met een paar Landrovers om een ​​dambo (open plekken in de bush) schoon te maken voor gebruik als landingsbaan. Vanaf Kalulushi was het een paar uur vliegen in een enkele propeller Cessna. Wanneer Pepa op bezoek kwam, deed de piloot zijn best om indruk te maken door laag over kuddes olifanten te vliegen die met hun slurf omhoog en met hun oren zwaaiend dekking zochten.

 

Ik werkte voor periodes van 2 of 3 weken zonder onderbreking vanuit veldkampen. Een van deze kampen langs de Dongwe-rivier, met rondom onbewoonde en ongerepte natuur met een verscheidenheid aan antilopen en soms een eenzame olifant, om maar iets te noemen van de uitgebreide lijst soorten die je kon observeren en die we allemaal als vanzelfsprekend beschouwden zonder er enige aandacht aan te schenken. Ik was daar samen met Gijs Niemeyer een in Kenya geboren Europeaan en 50 zwarte arbeiders. In het kamp, ​​dat bestond uit een paar tenten en een veldkeuken, hadden we daar als ornament een olifantenschedel staan. Toen we op een dag terugkwamen van een klus in onze Landrover reden we over een "honey badger" heen en lieten hem voor dood achter, maar de zwarte werkers achterin wilden hem meenemen om te eten, dus slingerden we hem aan zijn staart op de achterbak van de landrover tussen hen en reden door naar ons kamp. Rijden door de bush in Zambia was gemakkelijk, je kon overal komen waar je een ongebaand pad kon kiezen tussen de ver uit elkaar geplaatste bomen en het schaarse kreupelhout. Na een tijdje, zeg 20 minuten, was er paniek achter in de vrachtwagen, waarbij de mannen eruit sprongen. De honey badger was weer tot leven gekomen en deze dieren zijn bekend als de meest furieuse van de Zambiaanse bush, het is bekend dat ze een buffel kunnen doden, door tegen een achterpoot op te klimmen tot aan zijn scrotum en dat is het einde van de buffel. Natuurlijk zou het geen grote dieren aanvallen, maar in het nauw gedreven zal het zichzelf verdedigen. Het heeft een dikke huid om te beschermen tegen steken tijdens zijn favoriete maaltijd aan een bijenkorf, klauwen op de voorpoten om in een boom te klimmen en akelige scherpe tanden. Het is een onverschrokken dier en zijn verdediging is zijn gepantserde huid. Rijd er overheen met een wiel van de Landrover en hij overleeft. Om door te gaan met mijn verhaal, onze arbeiders zochten een paar boomtakken om het dier te immobiliseren en bij aankomst op de camping slaagden we erin het in een gesloten houten kist te doen. Mijn collega, Gijs Niemeijer, die op een boerderij in Kenia is opgegroeid en alles wist van het omgaan met dieren, begon ons wilde huisdier te domesticeren. Vanaf nu noemden we hem Camboli, de naam die onze zwarte assistenten het gaven. In het begin gromde Camboli alleen maar naar ons met ontblote tanden en konden we van een veilige afstand wat eten gooien, maar de dagen gingen voorbij en Camboli raakte meer vertrouwd met ons. Met verleiding, beloning en bestraffing met af en toe een harde tik leerden we Camboli op een gecontroleerde manier het eten uit onze hand te nemen. Na een paar weken kon Camboli uit de kist worden gelaten en liep hij vrij rond in de open veldkeuken. Het dier respecteerde ons volledig en als je het hem toestond, omhelsde hij, staande op zijn achterpoten, de kuiten van onze benen en keek ons ​​aan met zijn kleine gitzwarte ogen die om onze aandacht en voedsel “smeekten”. Terwijl we met hem speelden, legden we een half gekookt ei op een stuk hout, horizontaal op twee verticale steunen, en Camboli klom dan omhoog langs de verticale paal en hangend aan de horizontale balk bewoog hij zich naar het ei, gooide het op de grond en liet zichzelf vallen om er op de grond van te eten. In een bakje met water ging hij graag rechtop zitten als een baby op zijn achterwerk en met zijn klauwen water naar boven gooien om zich te wassen. Overdag zagen we hem niet, maar elke dag op een vast tijdstip tijdens de schemering kwam hij ons opzoeken. De paar keer dat Pepa ons kamp bezocht, zat ze op de keukentafel wnneer Camboli op bezoek was, omdat ze hem niet vertrouwde. Buiten de keuken moest je voorzichtig zijn, want hij maakte een sissend geluid als we elkaar in het open veld ontmoetten. Zijn gedrag werd bepaald door de omgeving van de keuken en daarbuiten was het een wild en gevaarlijk dier. Geeft niet, Camboli, we hielden van je en we zullen je nooit vergeten.

 

 

 

Camboli

 

 

 

 

 

 

 

1971

Op terugreis naar Europa maken we korte bezoeken aan Kameroen, Ghana, Ivoorkust, Sierra Leone, Nigeria, Canarische eilanden, de Spaanse Sahara en Marokko [januari 1971].
Aangekomen in Spanje bleven we een paar dagen in Madrid. Omdat we volgens de Engelse wet getrouwd waren, hadden we geen familieboekje dat volgens het Franco-regime vereist was voor de erkenning van ons huwelijk. In het hotel lieten ze ons in aparte kamers slapen. Op elke verdieping was in het trappenhuis een bewaker geplaatst. In Huesca verbleven we als getrouwd stel in het ouderlijk huis van Pepa.
Aangekomen op Schiphol voor een kort verblijf in Nederland, belde ik mijn vader. Vreemd genoeg struikelde ik over mijn woorden, na zoveel tijd geen Nederlands te hebben gesproken, en vervolgden we het gesprek in het Engels. Binnen een dag herstelde ik de spraak in mijn moedertaal, maar niet zonder een zwaar accent.

We keerden voor een paar maanden terug naar Zambia en bereidden ons voor op de emigratie naar Zuid-Afrika. Dit land met zijn apartheidsregime was niet onze eerste keuze. We mikten tevergeefs op Zuid-Amerika en uiteindelijk kreeg ik een bod van een adviesbureau in Australië, maar voordat we naar deze nieuwe wereld vertrokken, hadden ze me gezegd om niet te komen vanwege de crash van de grondstoffenmarkten. Ons plan om naar Zuid-Afrika te emigreren werd door mijn familie en vrienden in Nederland ontvangen als een verraad aan mijn eigen revolutionaire ideeën. Mijn zwarte vrienden in Zambia, de vluchtelingen van het ANC, waren realistischer en vonden geen bezwaren. Ze wilden graag zelf terug naar hun geboorteland, maar konden het niet.

 

1972

30 januari 1972 immigratie in de Republiek South Africa en werkend voor African Selection Trust, based in Johannesburg. Achteraf wel interessant om te vermelden dat dit een officiele emigratie vanuit Nederland was met een subsidie van de Nederlandse regering. Bovenop de volledige reiskosten kregen we ook 20 kubieke meters voor onze bezittingen. We gebruikten de meters voor het verschepen van een auto en meubilair, zoals de Nederlandse eetkamer stoelen met rieten zittingen die Pepa had gekocht en waarvan we nog 2 in ons huis van Sabayes hebben [in 2021]. We kochten belastingvrij een MG-B in Engeland, die we zonder invoerrechten mochten importeren. Je kon in de RSA alleen lokaal geproduceerde autos kopen en vandaar dat onze auto daar een fortuin waard was. Zelf had ik normaal gesproken een bedrijfsauto, maar Pepa heeft er een aantal jaren met veel plezier in gereden, met de hond BiBi op de achterbank. Vóór ons vertrek naar Angola hebben we de auto verkocht.

31 mei 1972 Debuut-tentoonstelling galerie "De Sfinx", Oudezijdsvoorburgwal, Amsterdam.

De galeriehouder was Jo Lipplaa (de Volkskrant, 13 november 1965). In 1995 opende hij een galerie in Amsterdam en in Den Haag, beide onder de naam Galerie de Sfinx. In deze galeries toonde hij zowel moderne kunst als exotische kunsten. Lipplaa bezat een collectie exotisch antiek uit Egypte, Arabie, India, Peru, Afghanistan en Israel. Oudezijds Voorburgwal 241. Vanaf 20 augustus 1980 verhuisd de Sfinx naar Bergen (NH), Tuindorpweg 11.

Schandalige beelden, mannelijke en vrouwelijke seks exemplaren, masturberende priesters, schreeuwende pausen en de begrafenisondernemer. Sterke show, niets verkocht. Om deze tentoonstelling te krijgen, was mijn zus met documentatie naar de meeste van de zes galerijen in Amsterdam gegaan en velen van hen toonden interesse. Ik had aanbiedingen van Krikhaar, Jurka e.a. Ik kon zelf niet bij de opening zijn, en ik nam de beslissing om niet verder te exposeren. Lange jaren van creatief worstelen met mezelf volgden en de productie stapelde zich op zonder ooit te worden getoond.

 

 

Publications: (co-author P.L.Binda) Sedimentological evidence on the origin of the Precambrian Great Conglomerate (Kundulungu Tillite), Zambia: Paleoclim., Paleogeogr., Paleoecol., Elsevier, v. 11, p. 152-168.

(co-author P.L.Binda) Scope of stratigraphic and sedimentologic analysis of the Katanga Sequence, Zambia: Geologie en Mijnbouw, v. 51, p. 321-328.

 

 

1973

Op 3 november 1973 begon ik te werken voor de afdeling Geologisch Onderzoek van Johannesburg Consolidated Investment Company Ltd., in Randfontein, Transvaal.
Johannesburg. Werk in de Noordkaap, Namibië (vooruitzicht voor uranium van het Rossing-type).
We hadden nauwe banden met onze buren.

 

1974

Luanda, Angola. Uranium exploratie voor Johannesburg Consolidated Investment (J.C.I.) in opdracht van het Portugese gezag, Britse Electricity Board, het Duitse Urangesellshaft en het Franse Minatom, dit in tegenspraak met de United Nations boycot van de Portugese kolonie Angola.

Publication:Depositional and diagenetic environment related to sulphide mineralization, Mufulira, Zambia: ECON. GEOL., v. 69, p. 59-79.

 

 

Directeur van het bedrijf in Angola (voor JCI) was Jacques de Villiers, een bekwame geoloog en een effectieve leider van ons personeel, we waren goede vrienden.

 

1975

De eerste helft van het jaar zijn we nog in Luanda, een stad met toenemende spanning tussen de MPLA, FNLA en UNITA.
We vertrekken 26 juni om het 9e Internationale Sedimentologische Congres in Nice bij te wonen van 6 tot 13 juli 1975, met de bedoeling om na het congres en een korte vakantie in Spanje terug te keren naar Angola, maar de gebeurtenissen in Angola zullen het onmogelijk maken. We vernemen van Pam de Villiers (de vrouw van Jake de Villiers) als ze ons bezoekt tijdens onze korte vakantie in Spanje, dat de staf van JCI geëvacueerd was door het leger van Zuid-Afrika en dat onze privé-bezittingen werden achtergelaten. We zouden nooit meer naar Angola terugkeren.

De meeste schilderijen waren al in Europa. We verloren enkele dierbare vrienden die werden gedood aan de zuidgrens in hun strijd tegen de binnenvallende strijdkrachten van Zuid-Afrika.


wartime Angola [Engelse versie]


 

In august hervestigd in Johannesburg. Werk in Zimbabwe

In Spanje kopen we een eeuwenoude kelder van de familie Santolaria in Sabayes, waar we later ons huis zouden bouwen.

 

1976

Investigation with JCI for uranium in Namibia and in the South African Karroo.

.

1977

Vanaf 9 februari 1977 ben ik begonnen met Mineraçao Sao Jose in Brazilië (dit was een dochteronderneming van San Joe in de VS). Werkte de eerste maanden vanuit Rio de Janeiro en verhuisde daarna naar Curitiba. Curitiba was een goed georganiseerde stad in het zuiden van Brazilië, relatief welvarend en blank. Desalniettemin maakte de armoede van een klein deel van de bevolking meer indruk op mij dan in andere streken van Brazilië. Reden hiervoor was de Europese afkomst van deze straatbewoners. Arme zwarten lijken meer acceptabel in mijn Nederlandse ogen.

 

At home in Curitiba  [77 Curitiba house 5]

 

 

1978

Rio de Janeiro, waar we onder de Pão de Açúcar in Urca woonden. Werkend door heel Brazilië, voornamelijk in het noordoosten tot in Ceara, waar we een basis hadden in Camocim.

Mijn ouders kwamen ons bezoeken en we maakten een toeristische reis naar Paraguai, Bolivia en Peru, met de voor de hand liggende bezienswaardigheden bij de watervallen van Iguacu, La Paz, het Tititacameer, Macho Picho, Iguaçu, La Paz, Machu Pichu, het Titikakameer, Cusco en Lima.

 

 

About to cross a river in Parana, while on the job [78brasil1]

© Photo C van Eden

 

 

Publication: Stratiform copper and zinc mineralization in the Cretaceous of Angola: ECON. GEOL., v. 73, p. 1154-1161.

 

Aan het einde van het jaar wilde mijn werkgever San Joe Minerals mij naar de Verenigde Staten verhuizen, maar Pepa en ik bleven liever wat langer in Brazilië en we accepteerden een contract van twee jaar met Billiton.

 

1979

Korte reis naar Nederland tijdens de kerstperiode.

Begon te werken voor Billiton (toen een dochteronderneming van Shell Petroleum Company of the Netherlands) en gevestigd in Salvador, Bahia. Het project waar ik aan werkte lag dicht bij de Boquira lead (PbO) mijn en we woonden in het dorp Oliveiros dos Brejinhos.
Mijn vaste medewerkers en tijdelijke arbeiders werkten onder slechte condities, zo werden de sociale rechten niet afgedragen terwijl dit onder de wet wel verplicht was. Mijn klachten hierover aan de directie brachten geen verbetering en werden afgewezen met de redenering  dat eventuele aanspraken voor de rechter goedkoper zouden worden afgedaan. De Nederlandse directie verschool zich achter het argument dat 51% van de company in handen van de Brazilianen was.

Schilderij 'Vrouw op barkruk' op onvoorbereid katoen. Een breekpunt in mijn ontwikkeling naar een meer persoonlijke stijl [ref. 792501]

1980

Afwikkeling van het project in Oliveira dos Brejinhos, met kernboring van de belangrijkste structuur. Het resultaat was volledig door mij voorspeld, maar zoals voorzien was er geen mogelijkheid voor een economische afzetting. Het project dat zich jarenlang had voortgesleept zonder een goede synthese werd nu afgesloten, ook een belangrijk resultaat. Een collega van mij, Sergio Maraschin, presenteerde mijn rapport in 1981 (na mijn vertrek) op de jaarlijkse internationale bijeenkomst binnen het Billiton/Shell bedrijf.

Doorbraak in stijlontwikkeling, schilderij 'Yellow executive' [ref. 802501]

Laatste dag van het jaar in Brazilië doorgebracht in Copacabana (Rio de Janeiro}. Wat een oudejaarsavond! met de miljoenen kaarsjes op de stranden en het vallende vuurwerk vanaf de hoogbouw langs de hele boulevard. Een belefenis.

1981

 

Gedurende enkele maanden gevestigd in Londen met Selection Trust om literatuur- en archiefstudie te doen, ter voorbereiding van het Saoedische Potash project in de kustgebieden van de Rode Zee.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1982

Jeddah, Saoedi-Arabië. Publicatie van het ministerie van Minerale Hulpbronnen, verwijzend naar het Potash-project, Rode Zeekust, waar ik werkte als chefgeoloog.
Foto's door Jan van Eden

Meer zelfvertrouwen als schilder, werkend op groot formaat 200x150 cm, af en toe in drieluik.

 

Het geologische onderzoek strekte zich uit langs de gehele Rode Zee kust van Yemen in het zuiden tot de Golf van Acaba in het noorden. We konden de resultaten van de boringen voor olie, die overigens geen economische voorraden hadden opgeleverd, gebruiken voor ons onderzoek naar de zout structuren. Vanwege het veldwerk hadden we het privilege dat we konden gaan waar we wilden, zolang we maar kennis gaven van onze reisplannen. Zo was het dat we met twee Rangerovers langs het strand reden met de Sinai in zicht en zonder een mens te hebben ontmoet gedurende de hele dag, er toch een voertuig ons tegemoet reed waar een man uit sprong die ons tegemoet kwam met de hand uitgestrekt met de woorden Mr van Eden I assume. Grenswachten die ons verder met rust lieten. De buitenlanders in Jeddah, en dat waren er honderden, hadden een restrictie binnen de stad Jeddah en een paar km strand waarop ze zich konden vermaken. De vrijdag en zaterdag was het heel druk en ook daar was er een prachtige koraal kust waar veel gesnorkeld en gedoken werd. Zelf zijn we er maar enkele keren geweest en dan alleen om zakelijke bezoekers die we ontvingen een plezier te doen. De koraal rif had een steile wand, waar je naar de diepte keek met een gevoel van hoogtevrees. Heel spectaculair. Om terug te komen op de restricties voor Christenen, af en toe waagden collegas van ons zich buiten de grenzen van Jeddah. Het gebeurde nogal eens dat ze niet terugkwamen op het werk en dat er via de Saudische verantwoordelijke persoon een officieel onderzoek moest worden ingesteld om ze terug te vinden, want ze werden ergens vastgezet door de religieuze politie, die niet rapporteerde naar de authoriteiten. Dit brengt wel herinneringen terug van een ander incident met een Saudi chauffeur die voor ons werkte. Hij werd vermist na een korte dienstreis in de woestijn en gezien de geringe overlevingskansen, werd er meteen alarm geslagen wat resulteerde in een zoekactie met 2 of 3 helicopters over enkele dagen. Na drie dagen werd de man gevonden bij zijn moeder thuis in een verafgelegen dorp. De saudies werden met fluwelen handschoenen aangepakt, hij kreeg een straf die niet meer was dan een berisping, en dan mochten wij nog blij zijn dat we niet verantwoordelijk werden gehouden.

 

 

 De enorme omvang van dit land en zijn leegte zijn indrukwekkend. Het harde licht, de zware slagschaduwen en de in het zwart verborgen vrouwen maakten diepe indruk op me. Als reactie heb ik een serie grote zwart-wit figuren op katoen gemaakt. Ik kreeg meer stijlvrijheid en kreeg meer reacties van het publiek dan tot nu toe. Deze periode maakte de weg vrij voor mijn terugkeer naar Europa als schilder.

 

 

 

Jeddah, Saudi Arabie

[82 Jeddah souq]

 

 

 

Singapore

Trip to the Far East, India, Thailand, Malaysia, Singapore.

 

 

 

1983

Het geologische onderzoek had zich geconcentreerd op de Farasan Islands

Ons veldkamp op de Farasan-eilanden, Rode Zeekust, Saudi-Arabië. Ronde structuren van koraalrif boven een bijna aan de oppervlakte komende diapyrische zoutkoepel, onderzocht op kaliumzouten.

 

(aerial fotos by Jan van Eden)

 

Rifhaaien maakten het onveilig om te zwemmen in de werkgebieden van de Farasan-eilanden, foto genomen vanuit de helikopter.

 

 

 

We gebruikten een helicopter voor de gravimetrie survey over de Farasan eilanden

 

 

 

Gezeten op een piramide in Egypte, wat anders? We bezochten Luxor en Cairo.

 

 

 

1984

Veldwerk met diepe kernboringen van zoutafzettingen. Het eerste gat werd gemaakt nabij een opervlakte laag van sylviet (kaliumchloridemineraal) en carnaliet (magnesiumchloride), wat de projectleiding enthousiast maakte, maar dit was slechts het begin van de zoektocht naar economische afzettingen op grotere diepte.

Verlaging van het exploratieprogramma vanwege afnemende middelen. Er waren steeds meer Amerikaanse militairen in Saoedi-Arabië en steeds meer militaire aankopen, ter voorbereiding op wat volgde, te beginnen met de eerste Golfoorlog in 1990. Dit was het einde van de ontwikkelingsprogramma's die Saoedische mensen nuttige werkgelegenheid gaven.

Voor mij was dit het einde van een carriere in de geologie.

 

1985

 

83.jpg (8222 bytes)Jan van Eden in front of the painting ref.850222
Polished words fell from his lips, 1985
Oil and acrylic on linen, 200x150 cm

 

 

 

 

 

 

In juni keerden we terug naar Europa, om ons in Amsterdam te vestigen, waar ik professioneel begon te werken als schilder.
Op 1 oktober 1985 kochten we Singel 100 beletage voor een zeer redelijke prijs, aangezien de huizenmarkt op het dieptepunt in 15 jaar stond en het centrum van Amsterdam niet veel meer was dan een krakersplek.

 

1986

De eerste helft van dit jaar werkten Pepa en ik als bouwvakkers om het huis op het Singel bewoonbaar te maken. Toen onze bovenburen Jan Schrickx en Carla de Ruijter ons na een half jaar uitnodigden voor een etentje, merkte Jan op dat hij tot dan toe het haar van Pepa niet had gezien, ze liep constant met een doek om haar hoofd vanwege het gruis en stof van de verbouwing.

 

1987

1987 Eerste tentoonstelling in galerie Art Singel 100 met werk van Jan van Eden.

 

 

 

1988

Tentoonstelling van mijn werk bij Schuwirth en van Noorden, Maastricht.

 

1989

Begonnen met het thema van de "Metropolis" en van de tegenhanger "Lost Paradise" gerelateerd aan de millieu problemen.

 

1990

Work in stock at the gallery 'Albatros', Madrid

 

1991

Tentoonstelling galerie Dacal, Madrid

 

1992

In front of
922502
Downtown revelation, 1992
Oil and acrylic on cotton, 150x116 cm
Exhibitions: Amsterdam 1992
Reproductions: Invitation, Art Singel 100, Amsterdam, 7/11/92; NRC/Handelsblad, 6/11/92; Alert, Amsterdam, 11/92
Collection: Mr and Mrs G Hutin, Neuchâtel, Switzerland [1994]

 

 

 

 

 

 

 

 

1993

Werk in stock bij de galerie 'Arcs and Cracs', Barcelona

 

1994

We waren een heel jaar in Spanje, Pepa voor haar werk met Seat in Barcelona en de weekeinden naar Sabayes met vrienden om te werken aan de verbouwing van het huis.

We zijn een uitdagende afgraving begonnen onder ons huis in Sabayes om het atelier te vergroten en te verbinden met het huis erboven. Dankzij vele vrijwilligers hebben we een klus geklaard die voor onmogelijk werd gehouden door de professionals en architecten.

 

 

Bouwactiviteit onder ons huis in Sabayes om de studio te vergroten - 1995

 

 

 

 

 

 

 

 

1995

Bouw van het atelier in Sabayes, largely excavated below our existing house.

Construction of the studio in Sabayes, largely excavated below our existing house.

 

Tentoonstelling in het postdoctorale militaire instituut 'Defensie Leergangen, Rijswijk' van het Ministerie van Defensie. Een van de aangekochte werken was Die Triumphbogen (1993). Dit schilderij is een filosofische uitspraak, niet alleen over oorlog en overwinning, maar ook over het verlies van menselijke waarden; de weduwe van de 'overwinning' kijkt uit in onzekerheid. Oorlog, hoewel schijnbaar ver weg, wordt plotseling werkelijkheid, de hitte van geleide raketten heeft de huid van de kunstenaar verschroeid en hij kan het thema, AD 1993, niet vermijden. Het gebouw op de achtergrond is het ontwerp van Albert Speer (de architect van Hitler) voor de 'Arc de Triomph' te bouwen na de oorlog in Berlijn ...

 

Toelating als lid kunstenaar tot Maatschappij Arti et Amicitiae.
Memberschip of the Amsterdam Artists Society 'Arti et Amicitiae'.

 

 

1996

"Black and white drawings", Arti et Amicitiae, Amsterdam

1997

"Poste Restante", Arti et Amicitiae, Amsterdam

1998

Mijn vader overlijdt op 12 maart. Ik zit alleen aan zijn sterfbed en voel de transitie als de vervulling van een leven, hij was een moedig man. Persoonlijk heb ik altijd een goede relatie met mijn vader gehad en ik kijk graag naar de sterke kanten van zijn persoonlijkheid. Voor mij als kind was de overtuiging waarmee hij leefde een overweldigende ervaring. Ik herinner en ervaar mijn vader voornamelijk uit de eerste 12 jaar van mijn leven, op de momenten waarop hij actief met mij bezig was, hoe hij naast me rende om mij fietsen te leren, of hoe hij met een sjaal om mijn middel mij leerde schaatsen. Maar het is niet zozeer de activiteit zélf die indruk op mij maakte, als wel de intentie en het enthousiasme waarmee hij dingen deed. Zijn zelfbewuste aanwezigheid straalde op mij af en je mocht nooit aan zwakte toegeven. Natuurlijk, dit waren de ascetische naoorlogse jaren, je moest je zelf dingen ontzeggen voor je eigen toekomst en voor die van de anderen, er werd niet naar je zelf toegerekend. Mijn vader ontzag zichzelf nooit, zette zich volledig in voor anderen, en voor ons gezin was hij zorgzaam maar veeleisend. Na mijn lagere school was mijn vader er nauwelijks meer, hij ging op in zijn werkzaamheden, ik was verantwoordelijk voor mijzelf en zelfstandig geworden, wij gingen met elkaar om op een respectvolle wijze, er viel nooit meer een onvertogen woord tussen ons. Hij vertrouwde op mij en onze verstandhouding is na mijn twaalfde jaar eigenlijk niet meer veranderd. Ik bewonderde hem om zijn goede eigenschappen op mijn eigen relativerende manier, ik beoordeelde hem langs de maatlat van de oprechtheid en objectiviteit die hij mij zelf had bijgebracht.

Mijn vader was een moedig man en een man die met overtuiging geleefd heeft. Ik ben dankbaar dat ik zo'n vader had.

 

Experimenten met kleur, de figuratie ligt nu onder een stemmingsveld van bijna monochroom geschilderde kleurvlakken. De kleur confronteert en de figuratie wordt vaak pas zichtbaar na zorgvuldige observatie.

Het onderwerp blijft de menselijke figuur, meestal eenzaam of in een archetypische verbintenis zoals die van Adam en Eva. Verbintenissen die kunnen ontstaan door de samenvoeging van meerdere panelen. Bij uitzondering is er een omhelzing of een kussend paar, een kortstondige en fatale aantrekking. De geklede man in de stad, gehuld in de anonimiteit van de avond, naast de vrouw die zichzelf uitdagend toont in een sensuele gloed. De breeduit liggende naakten zijn universele symbolen voor levenskracht en vruchtbaarheid. De weelderige kleur en het brede gebaar temperen de agressie en erotiek die op de achtergrond aanwezig blijven.

Deelname aan ‘Spiegelbeeld’, Arti et Amicitiae, Amsterdam. Zelfportret [983616] geexposeerd.

 

1999

Verdere experimenten in kleur. Monochrome schilderijen met de contrasterende reflecties van dik geschilderde delen versus dun bedekt katoen. Karakteristieken van gewone mannelijke en vrouwelijke passanten.
Nostalgische figuren, bijvoorbeeld een jong meisje met een strik in het haar.

 

2000

Deelname aan de International Art Fair, KunstRAI, Amsterdam
De Brandwacht Galerie, Breukelen (solo)

Recent werk laat experimenten in kleur zien, lijn en meer specifiek de contouren van de menselijke figuur blijven bestaan, maar de figuratie gaat nu gedeeltelijk schuil achter een bijna monochroom kleurveld. Kleur confronteert en de figuratie valt vaak pas op na zorgvuldige observatie.
Het onderwerp is de menselijke figuur, meestal in eenzaamheid of in een archetypische verbinding zoals Adam en Eva. Hij zoekt op een intuïtieve manier naar relaties tussen personen door personen, ieder betrapt in een eigen paneel, bij elkaar te plaatsen. Bij uitzondering is er een omhelzing van een kussend stel, of een korte en fatale aantrekkingskracht. De geklede man, gehuld in de anonimiteit van de avond, naast de provocerende vrouw die zichzelf laat zien in een sensuele gloed.

 

2001

‘Dier’, Arti et Amicitiae, Amsterdam. [845013] and [845014]
Galerie DIS, Maastricht , "Streetscenes" and portraits (solo).

11 september 2001, gebouwen van het World Trade Center in NY worden opgeblazen. Bijna 2000 onschuldige doden.

[See http://www.reopen911.org/  &    http://www.scholarsfor911truth.org/index.html  ].

 

2002

Doing more 'streetscenes' on a large format for the retrospective exhibition in Huesca.

'Sleutelwerken', De Salon 2002, Arti et Amicitiae, Amsterdam

 

Retrospective exhibition at the 'Diputacion provincial', Huesca, Spain

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2003

One man show at the Fundación Maturen - Iglesia de San Atilano, Tarazona (Zaragoza). The title of the exhibition Belphoebe, ‘chastity, grace and courage’, refers to the renaissance poem "The Faerie Queene" (1596) of Edmund Spenser.


Eenmansshow in de Fundación Maturen - Iglesia de San Atilano, Tarazona (Zaragoza). De titel van de tentoonstelling Belphoebe, 'kuisheid, gratie en moed', verwijst naar het renaissancegedicht "The Faerie Queene" (1596) van Edmund Spenser.

Persbericht:  M Perez-Lizano (Zaragoza) in het maandblad 'El Aragones' van augustus 2003: 

De tentoonstelling van Jan van Eden gaat uit van het thema van een Engels Renaissance-gedicht, dat in Belphoebe en Britomart zijn twee hoofdrolspelers heeft met de oorlog als hoofdonderwerp. Verleden voor alle aanwezigen. Een thema dat het gevolg is van het uitgesproken historische en sociale bewustzijn van een ethische schilder die meerdere onrechtvaardigheden zag en voelde vanaf zijn werk als geoloog, van 1967 tot 1985, in Afrika, het Midden-Oosten en Latijns-Amerika.

La obra presentada en la Fundación Maturén es inédita y representa una ruptura con la muy excelente serie anterior basada en figuras con maletas. Algunas formas expresionistas, no obstante, guardan relación con obras tipo "De Strijder", 1993, por el alargamiento anatómico para crear máximo impacto. Aquí, lo importante es que el pasado, pese a flechas y arcos, incluso alfanjes, se vincula con el presente desde una precisa naturalidad, aunque en alguna olía las bombas sirven como testimonio y denuncia de toda guerra actual para enfatizar en la indefensa población. Diferentes símbolos en ocasiones enmascarados, como el reloj de arena para aludir a la muerte o fascinantes ojos en lugares imprevistos, y el propio tema adquieren un tono excepcional por el exacto color y el tratamiento formal, de modo que el ágil trazo y la reducción formal para potenciar lo expresivo imprimen a las figuras un ondulante atractivo. Hermoso. Obra intachable e impactante, que arrastra, con el gran acierto de eludir cualquier matiz tipo mensaje gratuito. Podría asegurarse, por otra parte, que el tema ni de lejos está agotado, aunque el poema como eje de partida obligará al pintor a plantearse otro cambio.

 

 

2004

11 maart Meer dan 200 mensen gedood na bombexplosies in pendeltreinen. De volgende woorden zijn geciteerd uit de inmiddels ter ziele gegane www.espantagruelico.org site:
Vandaag in Madrid alleen verwarring. Onbetaalde documenten op straat. Spoorlijnen zonder richting. Bloed zuigt politieke en etnische belangen op.
Geweld, onderdrukt met geweld (Aznar, Sharon, Bush, Tony, Poetin) Madrid zal een hysterische stad worden, net als Londen, Jeruzalem en New York. Dus waar gaan we heen, wanneer bedenken we dat de zwaksten soms de gemeenste wapens gebruiken om gehoord te worden. Het ging er niet om iemand te verdedigen, maar tragedies konden worden voorkomen, niet met meer politie en tanks, maar met de bereidheid tot dialoog.

 

 

Tentoonstelling bij de galerie Pepa Rebollo in Zaragoza, Spanje

Jan Van Eden presenteert een reeks schilderijen met de menselijke figuur als hoofdthema, op het gebied van straat- en interieurscènes naar de titel van zijn tentoonstelling. Vrouwelijke figuren van modellen met een kritische dosis en figuren van elegante tinten alsof het vluchtige scènes zijn, worden vergezeld door andere schilderijen die films oproepen met beroemde acteurs, zoals Marilyin Monroe, zonder de uitzonderlijke serie met de revolver als een andere hoofdrolspeler te vergeten. Evenzo zijn de oude straatbeelden met hun heerlijke aroma opmerkelijk. Schilderijen, in hun geheel, met een verticale lijn die elk werk met onbetwistbaar succes verdeelt. Schilder die een sociale kritiek verdedigt die hier ook verband houdt met het werk dat gebaseerd is op de recente marteling van Iraakse gevangenen door enkele hersenloze Amerikanen.

 

 

2005

Tentoonstelling bij galerie Klas Vijf, van Guus Dijkhuizen te Velp met 'Streetscenes'

What’s behind my “Streetscenes”: 

 

In zijn beroemde essay uit 1863 "De schilder van het moderne leven" documenteerde Charles Baudelaire een nieuw modern mannelijk stedelijk onderwerp: de flàneur. De fláneur, een anonieme waarnemer, slentert door een Parijse menigte, terwijl hij mentaal de gezichten en figuren van voorbijgangers registreert en onmiddellijk uitwist. Van tijd tot tijd ontmoet zijn blik de blik van een passerende vrouw, die hij in een fractie van een seconde virtueel bemint, om haar vervolgens ontrouw te zijn met de volgende vrouwelijke voorbijganger. Baudelaire schrijft: 'Voor de volmaakte toeschouwer, de gepassioneerde toeschouwer, is het een enorm genoegen om zijn domicilie te maken tussen aantallen, temidden van fluctuaties en bewegingen, te midden van het voortvluchtige en oneindige ... Om weg te zijn van huis en toch thuis te voelen. Om de wereld te aanschouwen, om in het midden van de wereld te zijn en toch verborgen te blijven voor de wereld." Het feit dat de moderne mens zich meer thuis voelt in een menigte vreemden dan in een gesloten gemeenschap, toont de psychologische prijs die voor modernisering wordt betaald. De 'Streetscenes' tonen lopende en gebarende figuren in toevallige ontmoetingen en losse contacten, die de vergankelijkheid van het egocentrische moderne leven karakteriseren.

 

 

2006

Werken aan een serie schilderijen gerelateerd aan 11 september 2001. Onverminderd gepraat over terrorisme in de media, steeds gewelddadiger inmenging in het Midden-Oosten en toenemende onderdrukking thuis. Elke discussie gaat terug naar de gebeurtenissen van 11 september 2001.

 

Deze motor landde 3 blokken verwijderd van Ground Zero en werd geïdentificeerd als een CFM56, de primaire motor van de Boeing 737 en niet de Boeing 767 die de zuidelijke toren zou hebben geraakt.

 

 

 

 

 

 

 

2007

Holland is not any more what is was. While photographing on the street in Amsterdam I was held under arrest by secret police. Like in a miltary operation I was surrounded by five plain clothed man and women that flapped out their police identification, interrogating me on my objectives. They took my driving licence that I had on me for identification and two of them left the site with my papers to come back in about 20 minutes. In the meantime one of the officers went through the pics in my digital camera. After they gave me back my driving licence they dissolved in the crowd without saying a word. I can tell you, it was blatant intimidation. I went on to the Central Station, carrying on the job and making more photographs of passers-by.

Exhibition at the UNED (Universidad Nacional Español a Distancia) Barbastro under the title 'La batalla del pintor'.


Holland is niet meer wat het was. Tijdens het fotograferen op straat (op het Damrak) in Amsterdam werd ik door de geheime politie gearresteerd. Net als bij een militaire operatie werd ik omringd door vijf mannen en vrouwen in burger die hun politie-identiteitsbewijs tevoorschijn haalden en me ondervroegen over mijn doelstellingen. Ze namen mijn rijbewijs dat ik bij me had ter identificatie en twee van hen verlieten de site met mijn papieren om over ongeveer 20 minuten terug te komen. Ondertussen bekeek een van de agenten de foto's in mijn digitale camera. Nadat ze me mijn rijbewijs hadden teruggegeven, losten ze zich op in de menigte zonder een woord te zeggen. Ik kan je vertellen, het was flagrante intimidatie. Ik ging door naar het Centraal Station, ging door met de klus en maakte meer foto's van voorbijgangers.

Tentoonstelling in de UNED (Universidad Nacional Español a Distancia) te Barbastro onder de titel 'La batalla del pintor'.

 

2009

Amersfoort, 7 mei 2009 mijn moeder Guus (Guurtje Bolding) overlijdt, 99 jaar oud.

De tentoonstelling "Miradas contra el olvido, 1948-2009" bij het Centro Buñuel de Calanda (Teruel).

 

2010

 

Oprichting van de Fundación van Eden - Santolaria (VANES) gevestigd in Sabayes (Huesca), Espana.

Het jaar van vele tentoonstellingen in Spanje:
"Ecos del Passado" eerst in de sala CAI van Huesca
en later in de sala Luzan aan de Independence Avenue in Zaragoza.
 

"Miradas contra el olvido, 1948-2009" in het Cultureel centrum Matadero van Huesca.

"Vivir, Sentir Palestina" y "Miradas contra el olvido, 1948-2009" in het Centro de Historia van Zaragoza.

"Miradas contra el olvido, 1948-2009"  later dit jaar in Castejon de Sos (Huesca).

We kregen bericht van Mike Dawes, dat zijn vrouw Jean, getuige van mijn huwelijk met Pepa, is overleden. Ze waren al een aantal jaren uit het zicht geweest omdat ze in het VK, North Yorkshire, woonden. Met de jaren die voorbijgaan, vraag je je tegenwoordig af in welke toestand je vrienden verkeren. Zou Mike hetzelfde verrassende geheugen hebben als in de Zambiaanse tijd? We gingen daar graag de bioscoop in Kitwe bezoeken en verbleekte "B" -films zien waarin hij zelfs de kleine bijrolspelers zou herkennen en hun namen in mijn oor fluisterde.

2011

Werk uit de Palestinian Series gebruikt als achtergrond voor een manifestatie in de Westerkerk in Amsterdam, waar Noam Chomsky een lezing gaf.

Mijn lieve nicht Annie Prins-Bolding, weduwe van Gerrit Glijnis, is op 24 oktober in Krommenie overleden. Ik zei een paar woorden bij haar begrafenis in UItgeest op de 29e. Tijdens een kritieke periode in mijn vroege jeugd, in de laatste dagen van de 2e wereldoorlog, was ze als een moeder voor mij.

 

2012

Groepstentoonstelling met kunstenaars van Arti et Amicitiae in de Salmagundi Club, Greenwich Village, New York City. De Salmagundi Club is een van de oudste
kunstorganisaties in de Verenigde Staten, opgericht in 1871.

De tentoonstelling "Miradas contra el olvido 1948 - 2012" werd gepresenteerd in Madrid in de Ambassade van Palestina. De opening werd verricht door de zangeres Carmen Paris.

 

 

2013

Aankoop van grond in Sabayes voor de bouw van onze Art Foundation die zal dienen als opslagplaats voor mijn werk en onze verzameling van werk van andere kunstenaars.

Met de hulp en inzet van alle bestuurders van de Fundacion vanES en D. Miguel Lacasa in het bijzonder, heeft de fundacion sinds februari 2013, binnen de dorpskern van Sabayés, een stuk grond waar de bouw kan beginnen van een magazijn en tentoonstellingsruimte.
 

https://www.saladalmau.com/artista/jan-van-eden/

 

Eenmansshow in de Sala Dalmau, Consell de Cent, Barcelona. Het weekend van de opening was een gelegenheid voor een reünie met veel vrienden uit onze Zambiaanse periode (jaren 60). Pier Luigi Binda komt helemaal uit Canada en zijn dochter Francesca. Paul en Jenny Guillan uit Schotland. Pien en Rolf uit onze Saoedische tijd begin jaren 80, afkomstig uit Australië. Meike Hansen uit Duitsland, Corinne en Hill uit Nederland, mijn neef Stein en Charlotte, mijn nicht Daphne uit Nederland, Esther Levigne, een van de kunstenaars van Pepa's galerie, nu werkzaam in New York, en vele anderen uit Spanje en daarbuiten.

Mike Dawes (zie het jaar 1968), vriend en collega uit de Zambiaanse tijd, bezocht ons in Amsterdam.

 

 

2014

Begin van de bouw van de expositiezalen van de Fundacion in Sabayes. De architect is Sixto Marin de Zaragoza en de aannemer Malmayor uit Huesca.

 

Mapi Rivera y Pepa Santolaria op de bouwplaats van Fundación VANES op de 24th May 2014

 

 

 

 

 

 

 

 

2015

Muerte de Pepa van Eden - Santolaria Garcia (Melilla, Spain 17-03-1945 - Amsterdam, Netherlands 09-01-2015).

 

Na een avontuurlijk leven van 70 jaar is Pepa na een korte ziekte overleden. Net voor Kerstmis werd totaal onverwachts bij haar een agressieve hersentumor vastgesteld, waarvoor alleen palitatieve behandeling mogelijk was. Aangezien Pepa zo actief was in haar galerie, de B&B, het promoten van nieuwe initiatieven en de Fundacion in Sabayes, kwam de medische prognose als een schok.
Ze hield een heel heldere geest tot haar laatste ademtocht, omdat de ziekte het cognitieve deel van haar hersenen niet aantastte. Pepa en ik kenden elkaar al 50 jaar en we leefden in perfecte symbiose. Ze zocht continu naar manieren om haar leven en dat van anderen naar een hoger niveau te tillen en was ervan overtuigd dat kunst het middel was.

 

De bouw van het hoofdgebouw van de Fundación VANES is voltooid.

 

 

Fundación VANen)S(antolaria), Sabayes (Huesca)

 

 

 

 

 

 

 

 

2016

Het overlijden van mijn galeriehouder in Huesca Maria Jesus Buil en haar partner Angel Ramirez bij een verkeersongeval op 11 september 2016 was een schok voor mij en voor de kunstgemeenschap in Huesca .

Vóór het overlijden van Pepa waren we goede vrienden en daarna waren Maria Jesus en Angel mijn toevlucht, voor het onderhouden van de spaanse contacten. We hadden alle weekenden gemeenschappelijke excursies en zij waren een onmisbare steun voor het project van de Fundacion.

Het werk in het interieur van het gebouw van de Stichting vanES werd voortgezet.

 

2017

Nog een ramp. Overlijden van Alberto Carrera Blecua, mijn collega en vriend in Huesca. Hij is in de ochtend van 10 maart 2017 omgekomen bij een verkeersongeval in de provincie Tarragona, Spanje. Alberto zou in de komende maand april exposeren in galerie Art Singel 100 en we zullen dit evenement waarderen als eerbetoon aan een groot kunstenaar.

 

 

First paintings have entered the Fundación.

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Na de schenking door Sara Usieto Lopez aan de fundatie van een betwist deel van het terrein vóór het gebouw, werd het mogelijk om de entree naar de bovenverdieping van de Stichting te voltooien met de bouw van een rolstoelhelling.

 

Exhibition "All your armies" in Art Singel 100, Amsterdam as a comment on the worlds backward move on nuclear proliferation.

 

2018

Recognition by the Dutch authorities of the Fundacion vanES as an cultural ANBI, this is an organisation  of public interest without profit motive.
Decoration of the south wall of the Fundacion vanES.

Tentoonstelling "Het laatste oordeel" in Art Singel 100, Amsterdam met nooit tentoongesteld werk uit de jaren 60 en nieuw werk als eerbetoon aan Henri Rousseau.


Erkenning door de Nederlandse autoriteiten van de Fundacion vanES als culturele ANBI, dit is een organisatie van algemeen belang zonder winstoogmerk.

Decoratie van de zuidmuur van de Fundacion, met help van Julio Luzan van Tecmolde S.L.

 

 

Decoration with logo and name on the south wall of the Fundacion vanES.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2019

We beginnen publiek te ontvangen in de Fundacion en er is een opname voor de Aragon TV

 

2020

De werkzaamheden in Spanje lopen vertraging op vanwege de Covid-19 pandemie. De grenzen blijven gesloten tot de maand juli.
We formaliseren bij de notaris een donatie van Sara betreffende het gebouw en patio gelegen naast de Fundacion.

 

Email:    vaneden@artxs.nl

 

Family Stories

Stories of our life in the foreign

 

 

 

   

 

Recent work of Jan van Eden

 

inicio • fundación • actividades • coleccion • exposiciones • biografias • contacto

 Copyright Fundación van Eden-Santolaria
For problems or questions regarding this Web site contact vanes@fundacionvanes.org.es